Geen haven- en kadegeld wordt geheven voor:
vaartuigen in directe dienst van gemeente of het rijk, uitsluitend bestemd voor de openbare dienst;
hospitaalschepen;
vaartuigen, in dienst van het Koninklijk Huis;
vaartuigen, welke niet langer dan 3 achtereenvolgende uren gebruik maken van de haven. Deze vrijstelling is niet van toepassing als wordt geladen of gelost.
Het college van burgemeester en wethouders kan op aanvraag (gedeeltelijke) vrijstelling verlenen voor schepen die een belangrijke maatschappelijke functie vertegenwoordigen of die behoren tot het varend erfgoed. De vrijstelling wordt verleend voor een periode van maximaal 5 jaar. Voor schepen met een belangrijke maatschappelijke functie bedraagt de vrijstelling maximaal 100%, en voor varend erfgoed bedraagt de vrijstelling maximaal 75%, van de verschuldigde havengelden. De vrijstelling moet schriftelijk, vóór 1 mei voorafgaand aan het jaar van ingang van de vrijstelling worden aangevraagd en dient vergezeld te gaan van de jaarrekening en overige stukken waaruit de activiteiten van het schip blijken.
Artikel 5
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van haven- en kadegelden 2026