Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Berekening van de precariobelasting

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2026

1.. Voor de berekening van de precario wordt met betrekking tot een in de tarieventabelgenoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt. 2.. Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de oppervlakte, tenzij anders is bepaald. 3.. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt bepaald op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 4.. Indien in de tarieventabel tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze. 5.. Bij het plaatsen op openbare grond van voorwerpen van welke aard ook, uitgezonderd losse bouwmaterialen, wordt de ruimte tussen deze voorwerpen mede geacht te zijn ingenomen of aan het verkeer onttrokken. 6.. Indien, ten behoeve van (ver-)bouwactiviteiten de openbare grond wordt afgesloten door middel van een schutting of bouwhek, wordt de gehele hierbinnen gelegen openbare grond geacht te zijn ingenomen. 7.. Bij het gebruik van letterreclame boven openbare grond wordt bij de bepaling van de oppervlakte de ruimte tussen deze letters mede geacht te zijn ingenomen. 8.. Balkons, erkers, luifels en dergelijke uitbouwsels, kolommen tot ondersteuning daarvan en zonneschermen, tot reclame gebezigd, worden alleen belast voor de door de reclame ingenomen oppervlakte. 9.. De oppervlakte van een (woon)schip wordt bepaald op de grootste breedte maal de grootste lengte (inclusief boegsprieten, vlaggenstokken en stootwillen). 10.. In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting: indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week; indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand. 11.. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel