Naar hoofdinhoud
1.. Onder de naam 'belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten' worden ter zake van binnen de gemeente gelegen ruimten twee directe belastingen geheven: een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een bedrijfsruimte, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting; een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een ruimte het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen; eigenarenbelasting. 2.. Bij de gebruikersbelasting wordt: gebruik door degene aan wie een deel van een bedrijfsruimte in gebruik is gegeven (verder: de gebruiker), aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven (de gebruikgever); de gebruikgever is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op de gebruiker; het ter beschikking stellen van een ruimte voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die bedrijfsruimte ter beschikking heeft gesteld; degene die de ruimte ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie de ruimte ter beschikking is gesteld.

Rechtspraak bij dit artikel