[Jeugdwet, Wmo]
In sommige gevallen kunt u in plaats van ondersteuning in natura een persoonsgebonden budget (pgb) krijgen. Dat kan als het om Wmo- of jeugdhulp gaat en uw aanvraag voldoet aan de voorwaarden die de Wmo, de Jeugdwet en deze verordening stellen.
Als u een pgb wilt, kunt u of iemand anders het budget beheren. Wij kennen een pgb alleen toe als wij vinden dat deze budgetbeheerder in staat is uw belangen voldoende te behartigen. De budgetbeheerder moet de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier kunnen uitvoeren. De budgetbeheerder is verplicht om mee te werken aan de beoordeling van zijn pgb-vaardigheden als de gemeente daarom vraagt.
Het pgb kan niet worden beheerd door de volgende personen of instanties:
de persoon die de hulp gaat bieden;
iemand die op hetzelfde adres woont als de persoon die de hulp gaat bieden, tenzij het pgb bedoeld is voor ondersteuning door personen uit het sociale netwerk;
door een administratiekantoor.
Het pgb is bedoeld voor ondersteuning, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan niet besteed worden aan:
kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers;
het voeren van een pgb-administratie;
ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie; of
kosten voor een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s);
De gemeente verstrekt geen pgb als:
uit het plan dat u heeft ingediend niet blijkt dat de ondersteuning die u met het pgb wilt inkopen van goede kwaliteit is;
als er eerder sprake is geweest van fraude of oneigenlijk gebruik van het pgb.
u met opzet onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, waardoor de beslissing anders is uitgevallen dan als u wel de juiste of volledige gegevens had verstrekt.
De hulpverlener kan een professional zijn of iemand uit uw sociale netwerk. Een professionele hulpverlener:
staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (kvk);
is aangesloten bij een branche organisatie of is ingeschreven in het BIG-register (afhankelijk van type hulpverlening);
voldoet aan dezelfde kwaliteitseisen als aanbieders van vergelijkbare voorzieningen in natura;
is in het bezit van de diploma’s die nodig zijn voor de taken die de hulpverlener gaat uitvoeren;
stelt voor de start van de hulpverlening een plan van aanpak op waarin beschreven staat hoe het vastgestelde resultaat behaald wordt en;
is geen 1e of 2e graads familie.
De gemeente kan bewijsstukken opvragen om te controleren of een professionele hulpverlener aan bovenstaande voorwaarden voldoet. Ook kan de gemeente een Verklaring omtrent Gedrag vragen.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.3
Artikel 6.3.1
Voorwaarden
Onderdeel van Verordening Sociaal Domein gemeente Lingewaard 2026