Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Instandhoudingbepaling/onderzoeksplicht

Onderdeel van Archeologieverordening 2010

1.. Het is verboden om in een archeologisch verwachtingsgebied, zoals weergegeven op de archeologische verwachtingswaardenkaart op enigerlei wijze de bodem te verstoren of doen verstoren door werkzaamheden. 2.. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing op terreinen die zijn aangewezen op de archeologische verwachtingswaardenkaart indien een bepaald plangebied groter is en/of een ontwikkeling een diepere verstoringsdiepte kent dan is aangegeven in de tabel ‘ondergrenzen’ op de archeologische verwachtingswaardenkaart, als een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: de archeologische waarden in voldoende mate worden geborgd; of de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of er een gerede verwachting is dat in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn. 3.. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing: op terreinen die zijn aangewezen op de archeologische verwachtingswaardenkaart als AMK-terrein, met WA-1, mits sprake is van toestemming verleend door het college. op terreinen die zijn aangewezen op de archeologische verwachtingswaardenkaart met WA-8, mits er geen archeologische vondsten in een straal / zone van 50 meter om het plangebied zijn gedaan die aanleiding vormen tot het doen van archeologisch onderzoek in de directe omgeving van de vondst; indien sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hierin afdoende voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. indien het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische verwachtingswaardenkaart, de provinciale Archeologische Monumentenkaart of de landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden. 4.. Het tweede lid van dit artikel kan nooit van toepassing zijn op een als zodanig op de archeologische verwachtingswaardenkaart aangeduid onderzoeksgebied dat niet is vrijgegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel