Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 1.1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Havenverordening 2026

In deze verordening en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder: bedrijfsschip: een vaartuig, daaronder begrepen een object te water, hoofdzakelijk gebruikt of bestemd voor de uitoefening van enig bedrijf of beroep, voor het bedrijfsmatig vervoer van minder dan twaalf personen, de bemanning daaronder niet begrepen, dan wel voor de uitoefening van sociaal-culturele activiteiten; bevoorradingsschip: een vaartuig dat voorraden naar een bepaalde plaats of ander schip brengt; bijboot : een kleine metalen boot die roeiend of met een buitenboordmotor voortbewogen kan worden en die danwel bevestigd is aan een vaartuig bestemd voor de visserij, danwel - binnen een straal van maximaal 5 meter van dit vaartuig - ten dienste van de beroepsvisserij wordt gebruikt; binnenschip: een bedrijfsschip ingericht voor vervoer van goederen, vloeistoffen en/of (vloeibare) gassen over binnenwater; BPR: het Binnenvaartpolitiereglement, gebaseerd op de Scheepvaartverkeerswet. charterschip: een vaartuig dat daadwerkelijk en aantoonbaar wordt gebruikt ten behoeve van de bedrijfsmatige chartervaart hetgeen moet blijken uit een inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel; college: het college van burgemeester en wethouders; havenmeester: degene die in het kader van deze verordening als zodanig door het college is aangesteld alsmede diens plaatsvervanger(s); opleggen van een vaartuig: het voor een langere periode dan twee maanden uit de vaart nemen van een vaartuig; passantenligplaats: een ligplaats speciaal gereserveerd voor passanten/dagrecreanten danwel een als zodanig door de havenmeester aangewezen ligplaats; pleziervaartuig: een vaartuig dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt voor niet- bedrijfsmatige d.w.z. sportieve of recreatieve doeleinden; rechthebbende: degene die over enige zaak of dier de beschikking heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht of daarover enige feitelijke macht uitoefent; recreatief nachtverblijf: verblijfrecreatie in de periode 1 april tot 1 november, waarbij – maximaal drie weken aaneengesloten - wordt overnacht in een eigen vaartuig met een ligplaats in de haven, door personen die hun hoofdverblijf elders hebben; recreatiehaven: de Westhaven, Oosthaven en Nieuwe haven in het havengebied van de gemeente Urk; schipper: degene die, rechtens dan wel feitelijk, aan boord van een vaartuig het gezag heeft; slops: mengsel van olierestanten en water; vaartuig: elk drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebruikt dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen, daaronder mede begrepen een watervliegtuig, drijvende werktuigen, zoals kranen, baggermolens, pontons of materieel van soortgelijke aard alsmede woonschepen, woonarken, glijboten en ponten; vaste ligplaats: een ligplaats, welke krachtens een daartoe verleende vergunning gedurende de daarin bepaalde periode mag worden ingenomen veerboot: een vaartuig die een veerdienst onderhoudt via een reguliere dienstregeling bestemd voor het vervoer van meer dan twaalf personen, de bemanning daaronder niet begrepen, naar een andere locatie; werkhaven: de Klifkade, de zuid en oostzijde van de Burgemeester schipperskade en Evertbakker kade; woonschip: een vaartuig, daaronder begrepen een object te water, dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot een als hoofdverblijf geldend dag- of nachtverblijf van één of meer personen; zeeschip: een bedrijfsschip ingericht voor het vervoer van goederen, vloeistoffen en/of (vloeibare) gassen en geschikt is voor het vervoer over zee;

Rechtspraak bij dit artikel