Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 2.10

Verbod tot het innemen van een ligplaats of tot verblijf in de haven

Onderdeel van Havenverordening 2026

1.. Het college kan de schipper een verbod opleggen om met zijn vaartuig de haven binnen te varen, een ligplaats in te nemen of in de haven op een ligplaats te verblijven, indien het vaartuig gevaar, schade, hinder of nadelige gevolgen voor het milieu met zich meebrengt of met zich kan meebrengen. 2.. Het college kan de schipper een verbod opleggen om met zijn vaartuig een ligplaats in te nemen of in de haven op een ligplaats te verblijven, indien het vaartuig in een dusdanig verwaarloosde toestand of uiterlijke verschijning heeft dat het nadelige gevolgen met zich meebrengt voor het aanzien van de haven. 3.. De verboden als bedoeld in het eerste en tweede lid worden opgelegd nadat is gebleken dat er geen uitvoering is gegeven aan maatregelen die in de onderhavige gevallen door het college kunnen worden opgelegd of indien geen maatregelen mogelijk zijn ter voorkoming van de ongewenste situatie. 4.. De verboden als bedoeld in het eerste en tweede lid worden aan de schipper eerst mondeling medegedeeld en bij het geen gevolg geven aan het verbod, schriftelijk medegedeeld. 5.. Om de in lid 1 en 2 genoemde situaties te beëindigen, kan de havenmeester het vaartuig laten wegslepen of andere noodzakelijke maatregelen nemen op kosten van de eigenaar van het vaartuig 6.. Afgezien van de hiervoor genoemde verboden tot het innemen van een ligplaats, is de havenmeester bevoegd om een vaartuig de toegang tot de haven te ontzeggen, wanneer er - naar het oordeel van de havenmeester – geen geschikte plaats beschikbaar is in de haven om het vaartuig aan te leggen.

Rechtspraak bij dit artikel