Zowel de schipper van een vaartuig als de exploitant van een aan de havens gelegen terrein is verplicht:
zodanige maatregelen te nemen, dat het te water geraken van vloeistoffen (niet zijnde water en huishoudelijk afvalwater), voorwerpen of zelfstandigheden wordt voorkomen;
onmiddellijk na het te water geraken van het onder a genoemde daarvan kennis te geven aan de havenmeester en er zorg voor te dragen, dat deze vloeistoffen, voorwerpen of zelfstandigheden onmiddellijk of, bij gebreke van dien, binnen de door het college te bepalen tijd uit de haven wordt verwijderd.