Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Beëindiging of beperking leefgeld

Onderdeel van Beleidsregels opvang ontheemden Oekraïne gemeente Hilvarenbeek

1.. De verstrekking van het leefgeld wordt beëindigd indien de ontheemde: inkomsten uit arbeid in loondienst of als zelfstandige in Nederland of in een ander land heeft die meer bedraagt dan 115% van het normbedrag aan leefgeld; inkomsten uit een loondervingsuitkering en/of een toeslag op grond van de Toeslagenwet ontvangt wat meer bedraagt dan 115% van het normbedrag aan leefgeld; gedurende twee weken niet heeft voldaan aan verzoeken van of namens het college om informatie te verstrekken over zijn inkomsten en gezinssamenstelling; inkomsten verborgen heeft gehouden en daardoor ten onrechte van de verstrekkingen gebruik heeft gemaakt; geen gebruik meer maakt van de opvang omdat opvang elders is voorzien; de opvang definitief verlaat of langer dan 28 dagen per kalenderjaar niet in de opvang is verschenen; ernstig inbreuk maakt op de verplichtingen, genoemd in artikel 6, derde lid van de regeling; een ernstige vorm van geweld pleegt jegens medebewoners die in dezelfde opvangvoorziening verblijven, aan personen die werkzaam zijn in de voorziening, of aan anderen. 2.. Indien de in het eerste lid bedoelde ontheemde meerderjarig is en deel uitmaakt van het gezin, dan eindigt de verstrekking van het leefgeld van het gehele gezin. 3.. Indien de in het eerste lid bedoelde ontheemde minderjarig is, dan eindigt uitsluitend de verstrekking van het leefgeld van de minderjarige. 4.. Indien één persoon vertrekt of enkele personen van het gezin vertrekken of langer dan 28 dagen niet in de opvangvoorziening zijn verschenen, wordt de hoogte van het leefgeld aangepast naar de situatie van het gezin dat nog wel in de opvangvoorziening verblijft. 5.. De beëindiging gaat in vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin van één of meer van de bovengenoemde omstandigheden zijn gebleken. 6.. Bij inkomsten uit arbeid in loondienst of als zelfstandige in Nederland of in een ander land die lager zijn dan 115% van het normbedrag, wordt het leefgeld naar rato ingetrokken, zolang het netto-inkomen van de ontheemde 115% van het naar rato ingetrokken leefgeld bedraagt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel