Naar hoofdinhoud

Artikel 15.

Voorwaarden voor monumenten en gedenktekens.

Onderdeel van Nadere regels gemeentelijke begraafplaats Gemeente Hattem 2026

1.. Voor monumenten en gedenktekens mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt, zoals natuursteen, metaal, keramiek, duurzame kunststoffen, verduurzaamde houtsoorten en niet-gehard glas met een minimale dikte van 3cm. 2.. De lengte en breedte van de grafbedekking, de daarop geplaatste monumenten en ornamenten inbegrepen, mogen de afmetingen van het (urnen-)graf niet overschrijden. 3.. Monumenten en gedenktekens moeten geplaatst worden op een fundament of afdekplaat die verzakkingen van het monument uitsluiten. 4.. Alle monumenten, zowel liggende als staande, dienen te worden geplaatst op stiepen van kunststof of staal met een minimale lengte van 200cm. 5.. Voor het plaatsen van monumenten en gedenktekens op een particulier graf gelden de volgende maximale afmetingen, gemeten in centimeters vanaf het maaiveld: maximaal 190 x 90 x 150 (lxbxh). 6.. Voor het plaatsen van monumenten en gedenktekens op een dubbel graf gelden de volgende maximale afmetingen, gemeten in centimeters vanaf het maaiveld: maximaal 190 x 180 x 150 (lxbxh). Bij het aflopen van het grafrecht van één van de graven van een dubbelgraf dient tenminste dat deel van het grafmonument verwijderd te worden door of namens de (voormalige) rechthebbende van het graf. 7.. Voor het plaatsen van monumenten en gedenktekens op een kindergraf gelden de volgende afmetingen, gemeten in centimeters vanaf het maaiveld: maximaal 120 x 70 x 100 (lxbxh) 8.. Voor het plaatsen van monumenten en gedenktekens op een particulier foetusgraf gelden de volgende afmetingen, gemeten in centimeters vanaf het maaiveld: maximaal 50 x 50 x 50 (lxbxh). 9.. Voor het liggende gedenkteken genoemd in het vierde, vijfde, zesde en zevende lid geldt een maximale hoogte van 40 cm vanaf het maaiveld. 10.. Voor het plaatsen van monumenten en gedenktekens op een particulier urnengraf gelden de volgende maximale afmetingen, gemeten in centimeters vanaf het maaiveld urnengraven aangeduid met A: 50 x 50 x 45 (lxbxh). urnengraven aangeduid met B: 100 x 60 x 45 (lxbxh). 11.. Op particuliere urnengraven aangeduid met D mogen uitsluitend een afdekplaat in lessenaarsvorm geplaatst worden en gelden de volgende afmetingen, gemeten in centimeters vanaf het maaiveld: maximaal 48 x 48 (lxb). De hoogte bedraagt maximaal 5 cm aan de voorzijde en 12 cm aan de achterzijde. 12.. Voorzetplaten van urnennissen zijn afhankelijk van het type nis. Deze worden door de gemeente verstrekt. Afmetingen en materiaal zijn daarbij vastgesteld. Het (laten) aanbrengen van tekst en/of gravure en het herplaatsen van de afdekplaat geschiedt door of namens en voor rekening van de rechthebbende. 13.. De in het vierde, vijfde, zesde, zevende lid genoemde monumenten en gedenktekens moeten vast aan elkaar en/of afzonderlijk bevestigd gefundeerd worden. 14.. Bodembedekking of strooibedekking zoals grind, schelpen en boomschors zijn alleen toegestaan binnen een deugdelijke omranding van minimaal 10cm hoogte boven het maaiveld en indien voorzien van een bodemplaat. 15.. In specifieke situaties kan het college afwijken van de in het vierde, vijfde, zesde, zevende, achtste lid genoemde afmetingen. Een vergunningaanvraag daartoe wordt beoordeeld op inpasbaarheid binnen het betreffende begraafvak of themaveld. 16.. Op oudere delen van de begraafplaats kunnen de in het vierde, vijfde, zesde, zevende en achtste lid genoemde afmetingen afwijken indien de beschikbare ruimte voor de grafbedekking dit niet toelaat. De beheerder bepaalt de maximale afmetingen. 17.. Op algemene graven zijn geen grafbedekkingen en gedenktekens toegestaan. 18.. Op en in de nabijheid van het verstrooiveld zijn permanente en tijdelijke voorwerpen en gedenktekens niet toegestaan.

Rechtspraak bij dit artikel