Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsevenredigheid

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2026

1.. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij aanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de heffing verschuldigd voor een evenredig aantal dagen dat er in het belastingjaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog overblijft. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor een evenredig aantal dagen dat er in het belastingjaar, na de beëindiging van de belastingplicht, nog overblijft. 4.. Indien het aantal honden meer dan één bedraagt en in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op vermindering voor een evenredig aantal dagen in het belastingjaar, na vermindering, nog overblijft, tenzij blijkt dat het bedrag van de vermindering minder bedraagt dan € 5,00. De vermindering van de verschuldigde belasting vindt plaats in de volgende volgorde en niet op het totaal bedrag aan hondenbelasting: voor iedere hond boven het aantal van één. 5.. Indien de belastingplicht eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, na dagtekening van de aanslag, kan de belastingplichtige een aanvraag tot ontheffing respectievelijk tot vermindering indienen bij de ambtenaar belast met de heffing. 6.. De belasting wordt niet geheven, indien het totale belastingbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, minder dan € 5,00 bedraagt.

Rechtspraak bij dit artikel