Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van leges

1.. Leges worden niet geheven voor: diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald; diensten die ingevolge een wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend; 2.. De in deze verordening genoemde leges worden, voor zover daarin niet reeds op andere plaatsen van deze verordening is voorzien, niet geheven voor: het afgeven van stukken, nodig voor ontvangst van pensioenen, lijfrente, wachtgelden, loon of bezoldiging; de aan belanghebbende uit te reiken beschikkingen of afschriften daarvan houdende aanstelling, benoeming, bevordering, ontslag, toekenning van bezoldiging, vergoeding of toelage, dan wel verhoging hiervan, betrekkelijk enige gemeentelijke functie of dienstverrichting jegens de gemeente; de aan belanghebbende uit te reiken beschikkingen of afschriften daarvan houdende beschikking op een aanvraag om subsidie uit de gemeentekas; kansspelvergunningen voor zover de opbrengst bestemd is voor een charitatief doel. 3.. Het college kan vrijstelling verlenen van leges bij incidentele activiteiten aan niet op winst gerichte organisaties met maatschappelijk nut. 4.. Het in behandeling nemen van een aanvraag van een particuliere woningeigenaar wonende in een bestaande woning, die een ‘aanmerkelijke bijdrage’ levert aan de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen (ter beoordeling van het college op basis van de speerpunten van actieplan duurzaamheid) voor het bedrag dat in de begroting voor het desbetreffende kalenderjaar is vastgesteld. Het college is bevoegd deze vrijstellingsbepaling zonder nadere motivering af te wijzen – indien sprake is van een overschrijding van het plafond dat in de begroting 2026 is opgenomen.

Rechtspraak bij dit artikel