Deze verordening verstaat onder:
dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;
jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;
kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december;
maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is;
non-profit instelling: een instelling (waaronder een Algemeen Nut Beogende Instelling, een stichting of een vereniging) zonder winstoogmerk waarvan de netto-inkomsten of verdiensten niet worden verdeeld of ten goede komen aan een individu, maar worden aangewend voor de gestelde doelstelling van de organisatie, bijvoorbeeld liefdadigheid en/of het organiseren van activiteiten van maatschappelijke, sportieve, sociale, culturele, godsdienstige en/of levensbeschouwelijke aard;
week: een aaneengesloten periode van zeven dagen.