Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

Welk inkomen telt mee?

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Culemborg 2026

Als de inwoner een inkomen heeft dat niet hoger is dan de inkomensgrens (130% van de bijstandsnorm), dan hoeft de inwoner uit zijn inkomen niets bij te dragen aan de kosten. De inwoner heeft dan geen draagkracht. Bij het bepalen van de bijstandsnorm houdt de gemeente geen rekening met eventuele medebewoners op het adres van de inwoner (de zogenoemde kostendelers). Ook houdt de gemeente geen rekening met de vraag of de inwoner een woonruimte heeft waaraan geen of lage kosten verbonden zijn. Die situaties blijven buiten beschouwing. Ligt het inkomen boven de inkomensgrens, dan draagt de inwoner met zijn meerinkomen bij aan de kosten. Dat wordt ook wel draagkracht genoemd. Het inkomen boven de inkomensgrens valt onder de draagkracht. Daarmee kan de inwoner een deel van de kosten zelf betalen. Voor het bepalen van de draagkracht sluit de gemeente aan bij de wet. Inkomsten tellen mee als de inwoner daarover beschikt of kan beschikken. Wanneer een inwoner een wettelijk of minnelijk schuldsaneringstraject doorloopt geldt een andere berekening van de draagkracht. Een inwoner kan inkomsten waarop executoriaal beslag is gelegd of die gereserveerd worden voor schuldeisers immers niet gebruiken. Inkomsten die de Participatiewet niet meerekent bij algemene bijstand, rekent de gemeente ook niet bij bijzondere bijstand. Dat betekent dat die inkomsten niet meetellen bij het bepalen van de draagkracht. Dat geldt ook voor de individuele inkomenstoeslag en de individuele studietoeslag. Die tellen niet mee.

Rechtspraak bij dit artikel