Een inwoner die een eigen huis bewoont kan geen huurtoeslag krijgen. De gemeente kan toch woonkostentoeslag verstrekken als:
het om een woning gaat waarvoor de inwoner huurtoeslag zou kunnen krijgen als die woning zou worden verhuurd, los van de hoogte van de huur, en als
de woonkosten hoger zijn dan de basishuur die voor de woning van de inwoner geldt op grond van de Wet op de huurtoeslag. De basishuur is een drempelbedrag. Zijn de woonkosten lager, dan kan geen woonkostentoeslag worden verstrekt.
De gemeente berekent de woonkostentoeslag op dezelfde manier als bij een huurwoning met hoge huur, zie artikel 4.3.2.2. De volgende woonkosten worden daarbij meegeteld:
de kosten van de hypotheekrente na aftrek van de teruggaaf Inkomstenbelasting voor die kosten) en
de zakelijke lasten van de woning, zoals premie opstalverzekering, onroerende zaakbelasting en onderhoudskosten van € 550 euro per jaar.
De woonkostentoeslag is een maandelijks bedrag ‘om niet’ (als gift) tenzij de ingeschatte overwaarde bij verkoop van het huis hoger ligt dan de vermogensgrens van de PW. Indien de woonkostentoeslag wordt verstrekt als een lening dan wordt de lening verrekend met de netto verkregen overwaarde na verrekening van de kosten.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3.3
Woonkostentoeslag bij eigen woning
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Culemborg 2026