Voor giften die cumulatief boven de vrijlatingsgrens terecht komen, geldt dat zij voor het meerdere in beginsel als middel moet worden aangemerkt. Op individuele basis kan de gemeente echter ook hogere giften buiten beschouwing laten (artikel 31 lid 2, onderdeel n, van de Wet). In de volgende situaties worden giften in ieder geval vrijgelaten:
Giften met een specifieke bestemming waarvoor een inwoner, indien de gift niet zou zijn verstrekt, aanspraak zou kunnen maken op bijzondere bijstand zoals bedoeld in artikel 35 lid 1 van de Wet. Mits deze gift daadwerkelijk hieraan wordt besteed.
Giften specifiek bestemd voor (bijdragen in) re-integratie, voor zover deze bestemming naar het oordeel van het college bijdraagt aan arbeidsinschakeling en niet het bedrag in artikel 31 lid 2, onderdeel j, van de Wet te boven gaat. Mits deze gift daadwerkelijk hieraan wordt besteed.
Giften specifiek bestemd voor de aflossing van een (of meer) problematische schuld(en), waarvan het feitelijk bestaan en de afdwingbare terugbetalingsverplichting aannemelijk is. Mits deze gift daadwerkelijk hieraan wordt besteed.
Of er daadwerkelijk sprake is van een situatie als bedoeld onder een tot en met drie kan uitsluitend worden beoordeeld door de gemeente. Van inwoners wordt verwacht dat ze dit ter beoordeling voorleggen aan de gemeente.
Artikel 5:
Giften boven de €1.2001 die worden vrijgelaten
Onderdeel van Beleidsregels giften en kostenbesparende bijdragen gemeente Heeze-Leende 2026