Naar hoofdinhoud
1.. Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris die door de ge-meenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar li-chaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht om in de raadsvergadering verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur aan de orde zijn geweest. Ieder lid van de raad kan aan een persoon zoals bedoeld in het eerste lid, mondelinge of schriftelij-ke vragen stellen.

Rechtspraak bij dit artikel