Het college treft de nodige maatregelen om het oneigenlijk gebruik van individuele voorzieningen en maatwerkvoorzieningen te voorkomen en fraude te bestrijden. Tot deze maatregelen behoren in ieder geval:
samenwerking zoeken met organisaties die zich ook bezighouden met het tegengaan van oneigenlijk gebruik en fraude op het terrein van de zorg of aanverwante terreinen;
het aanwijzen van toezichthouders;
aanbieders worden verplicht gesteld kosteloos hun medewerking te verlenen aan onderzoeken door of namens het college;
het college maakt afspraken met aanbieders van voorzieningen over de facturatie, resultaatsturing en accountantscontroles, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties.
beperking van de looptijd van de toekenning van een maatwerkvoorziening, zodat periodiek kan worden bezien of de toekenning aan de cliënt, alsmede zijn pgb-budget, nog past bij zijn individuele situatie;
een grondige toets bij de toegang tot individuele en maatschappelijke ondersteuning:
op de pgb-vaardigheid van de cliënt of degene die de cliënt daarvoor wenst in te schakelen;
op de kwaliteit van de invulling van het door de cliënt te overleggen zorg- en budgetplan, mede met het oog op de te bereiken resultaten;
monitoring van het gebruik van het pgb en de behaalde resultaten;
het opstellen van een pgb-vergoedingenlijst waarin opgenomen is welke kosten wel en niet uit het pgb betaald mogen worden;
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 2.
Artikel 56
Tegengaan oneigenlijk gebruik
Onderdeel van Verordening Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Hilvarenbeek 2026