Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1.

Artikel 1

Definities

Onderdeel van Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2026

In deze verordening wordt verstaan onder: adres: het adres als geregistreerd in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG); akte van levering: het document waarmee de overdracht van een woning of ander onroerend goed gestalte krijgt. Ook bekend als transportakte of overdrachtsakte; Basisregistratie Personen (BRP): de basisregistratie bedoeld in artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen; bed & breakfast: vorm van toeristische verhuur, waarbij de hoofdbewoner een volgens het omgevingsplan toegestaan deel van het hoofdgebouw kortdurend toeristisch verhuurt, terwijl de hoofdbewoner zelf in het hoofdgebouw aanwezig is en verblijft; betaalbare koopwoning: woning met een maximale waarde (VON-prijs) tot de betaalbaarheidsgrens, welke nationaal wordt vastgesteld en ieder jaar wordt geïndexeerd; bloed- of aanverwantschap in de eerste graad: de verwantschap tussen ouders en kinderen, tussen de partners van kinderen, en tussen de ouders en kinderen van de partner. Verwantschap door adoptie valt hier ook onder; bloed- of aanverwantschap in de tweede graad: de verwantschap tussen grootouders en kleinkinderen, broers en zussen, tussen partners van broers en zussen, en tussen de grootouders, kleinkinderen, broers en zussen van de partner. Verwantschap door adoptie valt hier ook onder; bloed- of aanverwantschap in de derde graad: de verwantschap tussen overgrootouders, achterkleinkinderen, neven en nichten (kinderen van broers of zussen), ooms en tantes (broers of zussen van de ouders) Verwantschap door adoptie valt hier ook onder; bouwkundig splitsen: het verbouwen van één woonruimte tot twee of meer woonruimten; burgemeester en wethouders: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zandvoort; BVO: Bruto vloeroppervlakte (buitenwerkse maat van het pand) cf. NEN 2580; co-ouderschap: het door de ouders na relatiebreuk voortzetten van het gezamenlijk ouderlijk gezag over hun kind, waarbij de huisvesting van het kind op een gelijkmatige manier tussen de ouders is verdeeld, zoals vastgelegd in een door beide partijen ondertekend ouderschapsplan; DAEB-norm: de inkomensgrens bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Woningwet; digitaal platform: degene die een dienst van de informatiemaatschappij verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor woonruimte of toeristische verhuur; eengezinswoning: een woning die tevens een geheel pand vormt. Hieronder vallen vrijstaande woningen, aaneen gebouwde woningen, zoals twee onder één kap gebouwde huizen, boerderijen met woningen en voorts alle rijenhuizen; eigenaar: de juridisch eigenaar van een woonruimte die door middel van een notariële akte eigenaar is geworden, of de eigenaar van een lidmaatschapsrecht in een coöperatieve vereniging dat deze eigenaar het gebruiksrecht op een woonruimte geeft; gebruiksoppervlakte (GBO): gebruiksoppervlakte volgens de bepalingen in NEN 2580; gezin: huishouden met één of meer thuiswonende kinderen; hoofdbewoner: een persoon die officieel als bewoner van een woning geregistreerd staat in de BRP, de woning feitelijk bewoond en daarmee onder andere verantwoordelijk is voor het betalen van bepaalde lasten; hoofdverblijf: een voor permanente bewoning bestemde verblijfplaats, die ten minste bestaat uit een keuken, woon-, was- en slaapgelegenheid en fungeert als het centrum van de sociale activiteiten van de betrokkene; hospitaverhuur: de woonruimte wordt verhuurd aan maximaal twee personen, door de verhuurder die met diens huishouden zelf in de woonruimte blijft wonen; huishouden: een alleenstaande, dan wel twee personen met of zonder inwonende kinderen, die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren waarbij er sprake is van bewuste wederzijdse zorg en taakverdeling die het enkel gezamenlijk bewonen van een bepaalde woonruimte te boven gaat en waarbij de intentie bestaat om voor onbepaalde periode samen te wonen. In het geval van co-ouderschap behoort het kind tot twee huishoudens. De plaats van het hoofdverblijf van het kind is de plaats waar het kind in de Basisregistratie Personen is opgenomen; huishoudinkomen: gezamenlijke verzamelinkomens, als bedoeld in artikel 2.3 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 van de aanvragers van een huisvestingsvergunning voor een bij huisvestingsverordening aangewezen woonruimte, met uitzondering van kinderen in de zin van artikel 4 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, met dien verstande dat in het eerste lid van dat artikel voor «belanghebbende» telkens wordt gelezen «aanvrager»; huisvestingsvergunning: de vergunning bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Huisvestingswet; huurprijs: de prijs die bij huur per maand is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte; huurpunten: het aantal punten dat op basis van het woningwaarderingsstelsel aan een woonruimte kan worden toegekend, om de maximale huurprijsgrens vast te stellen; huurtoeslaggrens: de maximale huur, waarbij nog recht op huurtoeslag bestaat, conform de huurprijs in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag; inschrijftijd: de tijd die wordt gerekend vanaf de datum van betaling van de inschrijving; inschrijftijdverlenging: tijdelijke ophoging van de inschrijftijd, zoals vermeld in artikel 2.3.9, tot een vastgesteld maximaal aantal jaar; inkomen: rekeninkomen, als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder i, van de Wet op de huurtoeslag; inwoner: persoon die in de Basisregistratie Personen van een regiogemeente is opgenomen en ook feitelijk daar zijn hoofdverblijf heeft; inwoning: bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen; jongerenwoning: woning bestemd voor personen tot 28 jaar en maximaal 2 volwassen personen; kadastraal splitsen: het juridisch opsplitsen van woonruimte in meerdere appartementsrechten; kamerverhuur: het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden, waarbij de kamerhuurder ter plaatse het hoofdverblijf heeft; kwaliteitskortingsgrens: de huurprijs zoals opgenomen in artikel 20, eerste lid, van de Wet op de Huurtoeslag; liberalisatiegrens: een waarde van 187 punten volgens het woningwaarderingsstelsel (WWS), cf. de Wet betaalbare huur; middeninkomen: een inkomen van een huishouden zoals genoemd in de Huisvestingswet 2014 artikel 10, vierde lid; middenhuurwoning: huurwoning met een aanvangshuurprijs vanaf de grens zoals genoemd in artikel 13, eerste lid, onder a van de Wet op de huurtoeslag, tot de huurprijsgrens behorend bij woningen tussen 144 en 186 punten WWS, cf. de Wet betaalbare huur; omzetten: het wijzigen van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte(n), als bedoeld in artikel 21, onder c van de Huisvestingswet; onttrekken: het anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar, onttrekken aan de bestemming tot bewoning, als bedoeld in artikel 21, lid a van de Huisvestingswet 2014; onzelfstandige woonruimte: woonruimte welke geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, zoals een keuken en sanitaire voorzieningen; openbare registers: openbare registers als bedoeld in artikel 16 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek; opkoopbescherming: instrument vanaf 1 januari 2022 opgenomen in de Huisvestingswet, hoofdstuk 7, waarmee de verhuur en het gebruik van woonruimte aangekocht in het gebied en woningmarktsegment waarvoor de opkoopbescherming geldt vergunningplichtig is; pand: pand, als bedoeld in artikel 1, onder k, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen, dat wil zeggen de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; particuliere vakantieverhuur: vorm van toeristische verhuur, waarbij de hoofdbewoner de woonruimte waar hij volgens de Basisregistratie Personen zelf woont, incidenteel, voor een korte periode en tijdens de eigen afwezigheid, toeristisch verhuurt; regio: het grondgebied van de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Heemstede, Heemskerk, Velsen en Zandvoort; rekenhuur: de rekenhuur bedoeld in de Wet op de huurtoeslag; sociale huurwoning: woonruimte met een aanvangshuurprijs tot en met de grens zoals genoemd in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag; studentenwoning: woonruimte krachtens de daarop betrekking hebbende huurovereenkomst bestemd voor studenten, als bedoeld in artikel 7:274 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek, indien: in de huurovereenkomst is bepaald dat de woonruimte na beëindiging van de huurovereenkomst opnieuw aan een student als bedoeld in artikel 7:274 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek zal worden verhuurd; en, de woonruimte door het college van burgemeester en wethouders in de regiogemeente waarin de woonruimte is gelegen, is aangewezen als studentenwoning; toeristische verhuur: in een woonruimte tegen betaling bieden van verblijf aan personen die niet als ingezetene zijn ingeschreven met een adres in de gemeente in de Basisregistratie Personen; urgentieverklaring: de door burgemeester en wethouders verleende beschikking waarmee een woningzoekende in een urgentiecategorie wordt ingedeeld; vrij van huur en gebruik: woonruimte die niet verhuurd of via een gebruikersovereenkomst in gebruik gegeven wordt; wet: Huisvestingswet 2014; woning: zelfstandige woonruimte, of een geheel aan onzelfstandige woonruimten die onderdeel uitmaken van hetzelfde adres; woningcorporatie: toegelaten instelling, als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet, die feitelijk werkzaam is in de gemeente; woningvormen: het verbouwen van één woonruimte tot twee of meer woonruimten, als bedoeld in artikel 21, onder d, van de Huisvestingswet 2014; woningzoekende: huishouden dat in het inschrijfsysteem, als bedoeld in artikel 2.2.1, staat ingeschreven of dat op zoek is naar woonruimte in de particuliere sector; woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden alsmede standplaatsen; woonwagenstandplaats: kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten; zelfstandige woonruimte: woonruimte die een eigen toegang heeft en welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke woonvoorzieningen buiten de woonruimte; zoekprofiel: een beschrijving van de woningtypen waarvoor een (urgent) woningzoekende in aanmerking kan komen; zorgwoning: een gelabelde huurwoning waarin mensen die zorg nodig hebben zelfstandig kunnen wonen; IJmond: de gemeenten Beverwijk, Heemskerk en Velsen; Zuid-Kennemerland: de gemeenten Bloemendaal, Haarlem, Heemstede en Zandvoort.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel