**1..** Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de wet, komen voor een huisvestingsvergunning voor woonruimte in aanmerking:
meerderjarig woningzoekenden met een inkomen tot de DAEB-norm voor woonruimte genoemd onder artikel 2.1.1, eerste lid, onder a;
meerderjarig woningzoekenden met een stadsvernieuwingsurgentie op grond van artikel 2.3.6 met een inkomen tot aan de inkomensgrens voor middeninkomens, conform artikel 10, vierde lid, van de wet, voor woonruimte genoemd onder artikel 2.1.1, eerste lid, onder a;
meerderjarig woningzoekenden met een inkomen tot aan de inkomensgrens voor middeninkomens, conform artikel 10, vierde lid, van de wet, voor woonruimte genoemd onder artikel 2.1.1, eerste lid, onder b t/m f.
**2..** Het college kan in afwijking van het eerste lid, onder a en b, voor woonruimte genoemd onder artikel 2.1.1, eerste lid, onder a, een huisvestingsvergunning verlenen aan woningzoekenden die op grond van artikel 9, tweede lid, onder c van de wet, een woning toegewezen hebben gekregen.
HOOFDSTUK 2 › § 2.1
Artikel 2.1.2
Criteria voor verlening huisvestingsvergunning
Onderdeel van Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2026