Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › § 2.3

Artikel 2.3.3

Voorrang bij urgentie – algemeen

Onderdeel van Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2026

1.. Dit artikel is uitsluitend van toepassing op de in artikel 2.1.1, eerste lid, onder a, aangewezen woonruimte. 2.. Dit artikel is, tenzij anders vermeld, van toepassing op de in artikel 2.3.4 t/m artikel 2.3.12 genoemde categorieën. 3.. Bij het verlenen van huisvestingsvergunningen wordt voorrang gegeven aan woningzoekenden voor wie de voorziening in de behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is. In dat geval kunnen burgemeester en wethouders een schriftelijke urgentieverklaring verlenen. 4.. Een urgentieverklaring afgegeven in Zuid-Kennemerland is geldig in Zuid-Kennemerland en een urgentieverklaring afgegeven in de IJmond is geldig in de IJmond, met uitzondering van een urgentieverklaring: als bedoeld in artikel 28 van de wet en benoemd in artikel 2.3.8, onder b, van de verordening, deze is uitsluitend geldig voor de gemeente waarvoor de vergunning is afgegeven; als bedoeld in artikel 2.3.7 van de verordening, deze is geldig in Zuid-Kennemerland en IJmond. 5.. Artikel 2.3.1 is van toepassing op woningzoekenden met een urgentieverklaring, met dien verstande dat een kind slechts kan behoren tot het huishouden waar het zijn hoofdverblijf heeft. 6.. De bezitter van een urgentieverklaring, met uitzondering van urgenten, als bedoeld in artikel 2.3.8, onder b, en artikel 2.3.7, zoekt zelf via het woonruimteverdeelsysteem van woningcorporaties naar passende woonruimte. 7.. De bezitter van een urgentieverklaring kan, tenzij anders vermeld, 26 weken vanaf de datum van afgifte, met voorrang boven andere woningzoekenden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning. 8.. De termijn genoemd in het zevende lid kan eenmalig met 26 weken worden verlengd, indien geen passende woonruimte is vrijgekomen. 9.. In afwijking van het zesde lid krijgen urgenten genoemd in artikel 2.3.8, onder b, en artikel 2.3.7 van de verordening, een aanbieding van de woningcorporatie voor passende woonruimte. 10.. In afwijking van het zevende en achtste lid is een urgentie afgegeven op grond van artikel 2.3.8, onder b, en artikel 2.3.7, geldig tot het moment dat er een passend aanbod is gedaan. 11.. Een urgentieverklaring, als bedoeld in het derde lid, gaat altijd vergezeld met een zoekprofiel dat is gebaseerd op een vergelijkbare situatie als de huidige woonsituatie met dien verstande dat het leidt tot de meest sobere oplossing voor de urgente woonsituatie, waarbij in beginsel geen recht op een eengezinswoning en op nieuwbouw wordt verkregen. 12.. Burgemeester en wethouders stellen nadere regels met betrekking tot artikel 2.3.3 t/m 2.3.12.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel