Als de belastingplichtige of debiteur een verzoek tot uitstel van betaling heeft ingediend en deze door de invorderingsambtenaar is verleend, worden tijdens deze verleende uitstelperiode geen bedragen geïncasseerd.
Na afloop van de uitstelperiode wordt de automatische incasso hervat voor de nog resterende incassotermijnen zoals bedoeld in art. 3 van deze regeling. Het resterende, invorderbare bedrag van de belastingaanslag wordt naar evenredigheid over de nog resterende incassotermijnen verdeeld.
Als er geen incassotermijnen meer resteren omdat de vervaldatum van een belastingaanslag in het verleden ligt, wordt automatische incasso voor deze belastingaanslag niet hervat. Het resterende, invorderbare bedrag van deze belastingaanslag moet binnen 14 dagen na afloop van de uitstelperiode worden voldaan.
Artikel 16