Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › § 4.2

Artikel 11.

Criteria individuele voorzieningen

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Rijswijk 2026

1.. Jeugdigen en/of ouder(s) kunnen slechts in aanmerking komen voor een individuele voorziening in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn en gebruikmaking van een andere of algemene voorzieningen deze noodzaak niet kan verminderen of wegnemen. 2.. Als de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige en/of ouder(s) voorafgaand aan de aanvraag hebben gemaakt, kan het college hier slechts een voorziening voor verstrekken: als op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet, en; voor zover het college de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen. 3.. De voorziening als bedoeld in het tweede lid kan slechts betrekking hebben op gemaakte kosten over een periode van maximaal 3 maanden vóór de aanvraag. 4.. Een andere of algemene voorziening kan de noodzaak verminderen of wegnemen als deze: daadwerkelijk beschikbaar is; en passend en toereikend is voor de hulpvraag. 5.. Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate, tijdig beschikbare voorziening. 6.. Het college kan nadere regels stellen ter verdere uitwerking van de criteria, zoals genoemd in dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel