**1..** Jeugdigen en/of ouder(s) kunnen slechts in aanmerking komen voor een individuele voorziening in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn en gebruikmaking van een andere of algemene voorzieningen deze noodzaak niet kan verminderen of wegnemen.
**2..** Als de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige en/of ouder(s) voorafgaand aan de aanvraag hebben gemaakt, kan het college hier slechts een voorziening voor verstrekken:
als op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet, en;
voor zover het college de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen.
**3..** De voorziening als bedoeld in het tweede lid kan slechts betrekking hebben op gemaakte kosten over een periode van maximaal 3 maanden vóór de aanvraag.
**4..** Een andere of algemene voorziening kan de noodzaak verminderen of wegnemen als deze:
daadwerkelijk beschikbaar is; en
passend en toereikend is voor de hulpvraag.
**5..** Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate, tijdig beschikbare voorziening.
**6..** Het college kan nadere regels stellen ter verdere uitwerking van de criteria, zoals genoemd in dit artikel.
Hoofdstuk 4. › § 4.2
Artikel 11.
Criteria individuele voorzieningen
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Rijswijk 2026