**1..** Draagkracht is datgene wat een persoon vanuit (eigen) mogelijkheden aankan om stressvrij (of met minimale stress) uitdagingen aan te gaan.
**2..** Draaglast is de belasting of druk die op iemand rust.
**3..** Welbevinden is de mate waarin een persoon zich tevreden voelt over zijn/ haar leven.
**4..** De eigen mentale, fysieke, sociale en levensomstandigheden zijn bepalend voor de mate van welbevinden. Gekeken wordt naar de volgende vormen van welbevinden:
Persoonlijk welbevinden (en de woonsituatie, het belang van de ouder(s) om te voorzien in een inkomen, waarbij geen financiële draagkrachtmeting wordt gedaan);
Welbevinden in opvoederschap (bijvoorbeeld de samenstelling van het gezin);
Sociaal welbevinden (bijvoorbeeld de mogelijkheden van het sociale netwerk om de jeugdige en de ouder(s) te ondersteunen).
**5..** Deze drie bovenstaande vormen van het welbevinden dienen als uitgangspunten om te onderzoeken:
in hoeverre de eigen kracht in balans is: hiervoor wordt gekeken naar de beschermende factoren als ook naar de risicofactoren die deze eigen kracht vergroten of verminderen.
De aanwezigheid van een enkele risicofactor betekent niet automatisch dat de jeugdige en/of ouders belet worden in hun eigen kracht om zelf te voorzien in het oplossen, verminderen of draaglijker maken van de hulpvraag. Immers, zoals eerder benoemd zijn ouders ervoor verantwoordelijk om hun minderjarige kind te verzorgen, op te voeden en toezicht op het kind te houden, ook wanneer de jeugdige een ziekte, aandoening of beperking heeft of wanneer de opvoeding niet vlekkeloos verloopt.
Het moet voor ouders en het college dan ook vanzelfsprekend zijn dat ouders zelf de regie nemen en houden over de opvoeding van hun kinderen. Strubbelingen in het opvoeden van- en de ontwikkeling van jeugdigen is normaal en hoort erbij.
Echter een aantal specifieke risicofactoren zijn al reden genoeg om een vorm van hulp en of ondersteuning in te zetten. De aanwezigheid van een combinatie van deze specifieke risicofactoren verhoogt daarmee de kans op hulp- en of ondersteuning en de zwaarte van deze hulp- en ondersteuning;
wat daarin versterkt kan worden;
hoe dit te versterken.
** 6. .** Het college kan op vier manieren de eigen kracht van de jeugdige en ouder(s) versterken:
de hulpvraag uit de jeugdige en zijn omgeving zelf laten komen en aansluiten bij die hulpvraag en de daarbij behorende behoeften;
betrokkenheid van de jeugdige en ouder(s) stimuleren;
ondersteuning en/of advies bieden daar waar dat nodig is en vaardigheden aanleren, vanuit het preventieve voorliggend veld;
sociaal netwerk met hulpbronnen in kaart brengen en inzetten.
** 7. .** Op basis van deze analyses bepaalt het college samen met de jeugdige en ouders welke mogelijkheden er zijn om de situatie te verbeteren. Hierbij wordt altijd eerst nagegaan wat de mogelijkheden zijn vanuit de algemene vrij toegankelijke voorzieningen / het preventief aanbod in het voorliggend veld. Wanneer een (preventieve) algemene voorziening in het voorliggend veld beschikbaar is die volledig tegemoetkomt aan de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige en/of ouder(s), dan hoeft het college geen individuele voorziening meer te treffen.
** 8. .** Het college hoeft ook geen voorziening te verstrekken als de jeugdige en/of ouder (s) gebruik kunnen maken van andere (voorliggende) voorzieningen op grond van een andere wet dan deze wet. Het gaat om volgende wetten: Wet langdurige zorg (Wlz), de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet passend onderwijs, Participatiewet (Pw) en de Wet Maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Deze wetten kunnen voorliggend zijn op ondersteuning vanuit deze wet.
** 9. .** NB: Met betrekking tot het financieel welbevinden van ouders: een draagkrachtmeting, zoals een financieel onderzoek of een inkomenstoets is volgens de wet niet toegestaan. Tegelijkertijd blijft het uitgangspunt ook dat een pgb geen inkomensvoorziening is.
** 10. .** Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot het onderzoek naar de eigen kracht.
Hoofdstuk 4. › § 4.3
Artikel 15.
Aspect B. De balans tussen draagkracht en draaglast binnen het eigen welbevinden.
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Rijswijk 2026