Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 27.

Herziening, intrekking, opschorting en terugvordering

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Rijswijk 2026

1.. Het college onderzoekt periodiek of er aanleiding is een beslissing aangaande een verstrekking van een individuele voorziening in natura of in de vorm van een pgb te heroverwegen en kan hierover nadere regels stellen. 2.. Het college kan onverminderd het bepaalde in artikel 8.1.4 van de wet een besluit aangaande een individuele voorziening in natura of in de vorm van een pgb, genomen op grond van deze verordening, herzien (beëindigen of wijzigingen) of intrekken als het college vaststelt dat: de jeugdige en/of ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid; De jeugdige en/of ouder(s) niet langer op de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb zijn aangewezen; De individuele voorziening in de vorm van natura of in de vorm van een pgb niet meer toereikend is te achten; De jeugdige en/of ouder(s) niet voldoen aan de voorwaarden die zijn verbonden aan de individuele voorziening in de vorm van natura of in de vorm van een pgb; De jeugdige en/of ouder(s) de individuele voorziening in natura of in de vorm van een pgb niet gebruiken, of in het geval van een pgb, voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd; of de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger met het pgb jeugdhulp betrekken van een jeugdhulp-aanbieder tegen wie bezwaren zijn ontstaan. 3.. Als het college een besluit heeft ingetrokken of herzien op grond van het tweede lid onderdeel a, dan kan het college de geldschade vorderen van de te veel of ten onrechte genoten individuele voorziening in natura of het te veel of ten onrechte genoten pgb. 4.. Na herziening of intrekking zoals genoemd in het tweede lid kan het college bij dwangbevel geheel of gedeeltelijk het ten onrechte genoten pgb (en ZIN) invorderen. 5.. Het college kan, bij een gegrond vermoeden van een omstandigheid als bedoeld in het tweede lid, onder a, d, e of f, de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke onderbreking (opschorting) van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel