Kasbeheer
Het betalingsverkeer wordt gemeentebreed zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één huisbank die:
voldoet aan de in de Wet fido gestelde minimale kredietwaardigheidseisen en eventueel aan door de gemeente gestelde nadere geschiktheidseisen;
de mogelijk biedt om de gemeentelijke geldmiddelen tegen gunstige voorwaarden 14 In termen van rentecondities en tariferingen. te concentreren binnen één saldo- en rentecompensatiecircuit;
in staat is om een voor de gemeente toereikende kredietlimiet in rekening courant aan te bieden;
in haar handelen aantoonbaar aansluit bij de door de gemeente gehanteerde maatstaven ten aanzien van maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzaamheid;
Uitsluitend functionarissen belast met uitvoering van de treasuryfunctie zijn bevoegd tot het openen, sluiten of wijzigen van bankrekeningen;
Treasury treedt op als houder van alle gemeentelijke bankrekeningen;
Schriftelijke of elektronische ondertekening van betalingsopdrachten aan banken dient altijd te geschieden door twee daartoe bevoegde functionarissen met gescheiden verantwoordelijkheden;
Voor de Schatkistbankieren-werkrekening geldt een intradaglimiet van € 15 miljoen.
Saldobeheer
Het saldobeheer van de gemeente Pijnacker-Nootdorp zal plaatsvinden met inachtneming van de Wet fido-bepalingen rond de kasgeldlimiet;
Indien er een kortlopende liquiditeitsbehoefte ontstaat bepaalt Treasury op welke wijze en voorwaarden het aantrekken van deze middelen het voordeligst kan plaatsvinden;
Toegestane vormen voor op te nemen kortlopende geldleningen zijn krediet in rekening courant, kas- en callgeldleningen 15 Kas- en callgeldleningen: zie begrippenlijst. ;
Bij aantrekken van financieringsmiddelen voor een periode van korter dan één jaar worden offertes bij minimaal twee bankinstellingen en/of brokers opgevraagd alvorens een financieringsovereenkomst wordt afgesloten. Indien een bankinstelling en/of broker bij een specifieke uitvraag geen lating kan afgeven telt dit mee als gedane offerte;
Tijdelijk overtollige geldmiddelen worden uitgezet met inachtneming van Regeling Schatkistbankieren 16 Dit houdt in dat dergelijke middelen in de Schatkist geplaatst moeten worden of onderling kunnen worden uitgeleend aan overige decentrale overheden. Afhankelijk van de verwachte beschikbaarheid kunnen dergelijke uitzettingen een looptijd hebben van langer dan één jaar. ;
Bij onderling uitlenen aan overige decentrale overheden kan gebruik gemaakt worden van een broker.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.4
Artikel 3.4.1
Cash management
Onderdeel van Rente- en Treasurystatuut 2025