Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater, of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente daaronder begrepen het gemeentelijk oppervlakte water, alsmede de in het kader van het Gemeentelijke Rioleringsplan geplaatste IBA’s (Individuele Behandeling Afvalwater) en het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater; water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater; verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterleidingbedrijf betrekking heeft; lozingseenheid: een pomp met afvoerslangen. garagebox: een overdekte stallingsruimte voor zover niet reeds onderdeel van een bestaand WOZ-object bestemd en geschikt voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen. Dit betreft een afzonderlijke garage of garagebox, meestal voor één auto. niet-woning: een niet-woning in de zin van artikel 220a, tweede lid, Gemeentewet, een recreatieterrein in de zin van artikel 16, onder e, van de Wet WOZ, een perceel dat wordt gebruikt door een instelling in de zin van artikel 1, onder f, van de Wet toelating zorginstellingen;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel