Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Wijze van heffing en termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening parkeerbelastingen Ouder-Amstel 2026

1.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte, en wel door middel van het, bij aanvang van het parkeren, op de door het college van burgemeester en wethouders voorgeschreven wijze betalen van geld met behulp van parkeerapparatuur en/of door middel van het al dan niet elektronisch in werking stellen van parkeerapparatuur. Van de verschuldigde belasting per tijdseenheid wordt op of via de parkeerapparatuur of in de daarbij geleverde gebruiksaanwijzing kennisgegeven. 2.. Ten aanzien van het hier voorafgaande bepaalde moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen één maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer. 3.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aanvraag worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. 4.. Een naheffingsaanslag moet, inclusief de kosten van de naheffingsaanslag zoals bedoeld in artikel 10, en voor zover van toepassing verhoogd met de andere kosten zoals bedoeld in artikel 10, terstond worden betaald. 5.. Indien de belastingplicht met betrekking tot de belasting, bedoeld in art. 1, onder deel b, in de loop van vergunningsperiode eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing over zoveel volle kalendermaanden als er in die periode na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht nog resteren. De Parkeerverordening Ouder-Amstel 2016 stelt de voorwaarden van de beëindiging van de vergunning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel