Naar hoofdinhoud
1.. De resultaten worden toegekend op grond van de Wmo 2015 of de Jeugdwet. Het afwegingskader zoals vermeld in artikel 2.3.2 Wmo 2015 en in artikel 2.3 Jeugdwet en de Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp 2026 zijn van toepassing. 2.. Het college hanteert daarnaast de volgende uitgangspunten: Bij iedere hulpvraag beoordeelt het college in iedere situatie van de inwoner of de Wmo 2015 van toepassing is. Indien andere wetgeving, zoals de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet langdurige zorg (Wlz), de Participatiewet of de Wet op de kinderopvang, voorziet in een oplossing ten aanzien van de ondervonden beperkingen, zal het college van de hulpvrager verlangen om zich tot de met uitvoering van die wet belaste instelling/organisatie te wenden. Bij iedere hulpvraag beoordeelt het college in iedere situatie in hoeverre de hulpvrager in staat is om zijn problemen op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te verminderen of weg te nemen. Hierbij beoordeelt het college ook de mogelijkheid of de inwoner zelfregie kan uitoefenen, zelfredzaam is en eigen verantwoordelijkheid kan nemen. Daarnaast beoordeelt het college of gebruikmaking van algemeen gebruikelijke- of algemene voorzieningen ertoe bijdragen dat de problemen verminderen of weggenomen worden. Indien bovengenoemde oplossingen niet aanwezig zijn, kan het college een maatwerk- of individuele voorziening verstrekken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel