Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5:

Artikel 5.2.1

Voorwaarden bekwaamheid

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2026 gemeente Aa en Hunze

1.. Naast de Jeugdwet en de Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp 2026 hanteert het college het volgende beoordelingskader bij de beoordeling of een aanvrager in aanmerking komt voor een pgb. Ten aanzien van de bekwaamheid van de aanvrager onderzoekt het college of de cliënt aan de volgende eisen voor pgb-vaardigheid voldoet: jeugdige en ouders hebben een goed overzicht van de eigen situatie en kan deze houden; jeugdige en ouders weten welke regels er horen bij een pgb; jeugdige en ouders kunnen een overzichtelijke pgb-administratie bijhouden; jeugdige en ouders zijn is in staat te communiceren met de gemeente, zorgverzekeraar of zorgkantoor, de SVB en zorgverleners; jeugdige en ouders kunnen zelfstandig handelen en zelf voor zorgverleners kiezen; jeugdigen en ouders kunnen zelf afspraken maken, bijhouden en zich hieraan houden jeugdige en ouders zelf beoordelen of de zorg uit het pgb het beste mij hem past; jeugdige en ouders kunnen zelf de zorg regelen met 1 of meer zorgverleners; jeugdige en ouders kunnen ervoor zorgen dat de zorgverleners die voor hem werken weten wat ze moeten doen; jeugdige en ouders weten wat hij moet doen in zijn rol als werkgever of opdrachtgever van een zorgverlener. Indien de jeugdige en ouders niet in staat zijn om aan bovenstaande punten zelf te voldoen, kan hij/zij een pgb-vertegenwoordiger benoemen. De pgb-vertegenwoordiger dient aan de bekwaamheidseisen onder sub a van art. 5.1 lid 1 te voldoen en is niet de hulpverlener zelf en ook geen familie in de eerste of tweede graad van de hulpverlener. 2.. Een aanvrager of pgb-vertegenwoordiger wordt in beginsel niet in staat geacht de aan een pgb verbonden taken verantwoord te kunnen uitvoeren als sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden: Het beheer wordt verricht door de persoon of organisatie die ook de jeugdhulp levert aan de budgethouder, tenzij door het college toestemming is verleend of de persoon eerste of tweedegraads bloed- en aanverwant is van de jeugdige; Er is sprake van één of meer van de volgende omstandigheden: Handelingsonbekwaamheid Onvoldoende zicht op de eigen situatie als gevolg van dementie, een verstandelijke handicap of ernstige psychische problemen; Schuldenproblematiek; Verslavingsproblematiek; Eerder misbruik gemaakt van het pgb; Sprake is geweest van fraude of het onrechtmatig aanwenden van pgb-gelden voor andere doeleinden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel