Naar hoofdinhoud
1.. Uitgangspunt is dat ouder(s) of verzorger(s), in eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn voor vervoer van de jeugdige van en naar de jeugdhulpaanbieder. 2.. Een vervoersvoorziening wordt alleen verstrekt aan de jeugdige ten behoeve van het vervoer van de jeugdige naar en van de locatie waar de jeugdhulp plaatsvindt. 3.. Een vervoersvoorziening wordt alleen aan de jeugdige toegekend als naar het oordeel van het college is aangetoond dat er een noodzaak bestaat tot inzet van deze voorziening. 4.. Het college beoordeelt per individuele situatie of er sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat het vervoer niet door of met behulp van de cliënt of diens omgeving georganiseerd kan worden. 5.. Als naar het oordeel van het college een passende voorziening beschikbaar is waarvoor geen vervoer geïndiceerd hoeft te worden, is deze voorziening voorliggend op een indicatie waarvoor wel vervoer geïndiceerd moet worden.

Rechtspraak bij dit artikel