**1..** Een individuele voorziening wordt niet verstrekt als naar het oordeel van het college uit het onderzoek blijkt dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouder(s) toereikend zijn om binnen de eigen mogelijkheden, zo nodig met inzet van het sociale netwerk of met ondersteuning van andere (hulpverlenende) instellingen, de hulp te bieden die passend is bij de hulpvraag van de jeugdige of zijn ouder(s).
**2..** Tot de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen behoort in elk geval het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering als die is afgesloten.
**3..** Bij de beoordeling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen, bedoeld in het eerste lid, neemt het college, gelet op het bepaalde in de artikelen 82 en 247, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, tot uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen, ook als sprake is van psychische problemen of stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of beperkingen, allereerst bij de ouder(s) zelf ligt en dat de hulp die daarvoor nodig is in beginsel ook door hen geleverd kan worden. Uit het onderzoek kan evenwel blijken dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) tekortschiet, omdat sprake is van:
geobjectiveerde beperkingen om noodzakelijke hulp te bieden;
een gebrek aan kennis of vaardigheden om noodzakelijke hulp te bieden; of
overbelasting of dreigende overbelasting, waardoor geen noodzakelijke hulp kan worden verwacht totdat deze belasting of dreigende overbelasting is opgeheven.
**4..** Bij de beoordeling van het derde lid, onder c, wordt ook vastgesteld welke mogelijkheden de ouder(s) hebben om de overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen. Hierbij houdt het college ook rekening met:
de leeftijd, behoefte en mogelijkheden van de jeugdige;
de duur van de inzet, waarbij als uitgangspunt geldt dat kortdurende inzet niet tot overbelasting leidt;
de planbaarheid van de hulp;
de benodigde ondersteuningsintensiteit;
de samenstelling van het gezin en de woonsituatie;
de noodzaak van de ouder(s) om in een inkomen te voorzien;
de mogelijkheid om gebruik te maken van voorliggende (wettelijke) voorzieningen;
overige relevante omstandigheden van de jeugdige en de ouders die redelijkerwijs van invloed kunnen zijn op de mogelijkheid om de benodigde hulp zelf te bieden.
HOOFDSTUK 5
Artikel 22.
Beoordeling eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen
Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Aa en Hunze 2026