Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 9.

Gebruikelijke hulp

Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Aa en Hunze 2026

1.. Bij onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 4 onder b. Wmo 2015 beoordeelt het college of er gebruikelijke hulp van huisgenoten als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 Wmo 2015 beschikbaar is. 2.. Huisgenoten van de cliënt zijn verplicht, als zij daarom gevraagd worden, aan het college de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het onder lid 1 genoemde onderzoek, alsmede bij heronderzoek als bedoeld in artikel 2.3.9. van de Wmo 2015. 3.. Bij de beoordeling als bedoeld in het tweede lid wordt, voor zover daartoe aanleiding is, rekening gehouden met: de samenstelling van de leefeenheid van de cliënt en diens huisgenoot of huisgenoten; de aard van de relatie tussen de cliënt en diens huisgenoten; de inhoudelijke aard, de omvang en de complexiteit van de ondersteuningsbehoefte van de cliënt; de beschikbaarheid en de praktische, lichamelijk en geestelijke mogelijkheden van de huisgenoot of de huisgenoten voor het ondersteunen van de cliënt bij diens zelfredzaamheid en participatie dan wel het zich handhaven in de samenleving; de mate waarin en de wijze waarop de cliënt voorafgaand aan de melding is ondersteund door diens huisgenoot of huisgenoten op het terrein van zelfredzaamheid en participatie dan wel het zich handhaven in de samenleving; overige relevante omstandigheden van de huisgenoot of huisgenoten van de cliënt die redelijkerwijs van invloed kunnen zijn op de mogelijkheid om de cliënt hulp te bieden op het terrein van zelfredzaamheid en participatie dan wel het zich handhaven in de samenleving.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel