Naar hoofdinhoud
Beleidsregel 1.2.1 gebruikelijke hulp: Een cliënt kan geen beroep doen op een maatwerkvoorziening indien hulp, die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot/partner, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten, aanwezig is. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 1.2.1, artikel 2.3.2 lid 4 sub b, artikel 2.3.5 lid 3 en 4 en Verordening artikel 4 lid 1 sub c, artikel 7 lid 2 Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid verwacht kan worden van huisgenoten. Het is de normale, dagelijkse hulp die partners of ouders, inwonende kinderen of andere volwassen huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden omdat ze als leefeenheid samen een huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden en voor elkaar. Indien er sprake is van gebruikelijke hulp is verstrekking van een maatwerkvoorziening niet noodzakelijk. Onder leefeenheid verstaan we een geheel aan personen waarmee een persoon op hetzelfde adres woonachtig is en een huishouden deelt (uitwonende kinderen en uitwonende partner vallen hier doorgaans buiten). Als er tot de leefeenheid huisgenoten behoren die huishoudelijke werkzaamheden kunnen overnemen, worden zij verondersteld dit door een herverdeling van taken te doen. Dit principe heeft een verplichtend karakter en betreft alle huisgenoten vanaf 18 jaar. In kortdurende situaties wordt van huisgenoten verwacht dat zij meer dan alleen de gangbare gebruikelijke hulp bieden. Van een volwassen (vanaf 18 jaar) huisgenoot wordt onder meer verwacht dat deze de volgende taken overneemt wanneer de cliënt er niet toe in staat is: het bieden van hulp bij of het overnemen van alle huishoudelijke taken (zwaar huishoudelijk werk, licht huishoudelijk werk, de was en strijk, boodschappen doen, maaltijden verzorgen, dagelijkse organisatie van het huishouden); het bieden van hulp bij of het overnemen van taken die bij een gezamenlijk huishouden horen, zoals het doen van de administratie; het verzorgen van jongere gezinsleden; het blijven bieden van onderdak aan kinderen die meerderjarig worden (ongeacht leeftijd en beperkingen); het bieden van alle ondersteuning en persoonlijke verzorging in kortdurende situaties, met uitzicht op een dusdanig herstel van het probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de cliënt dat ondersteuning daarna niet langer is aangewezen (circa 6 maanden); het begeleiden van de cliënt op het terrein van maatschappelijke participatie en het maatschappelijk verkeer in eigen vervoer of collectief vervoer (inclusief bezoek aan familie, bezoek aan artsen/therapeuten/ziekenhuis, dagactiviteiten, enzovoort). Van huisgenoten tussen de 12 en 18 jaar wordt, afhankelijk van de individuele mogelijkheden, de volgende bijdrage verwacht: de eigen kamer opruimen/schoonmaken; lichte huishoudelijke taken verrichten (opruimen, tafeldekken en afruimen, helpen met de afwas); (kleine) boodschappen doen; helpen bij het verzorgen van jongere gezinsleden. Een uitzondering op gebruikelijke hulp kan gemaakt worden indien: de huisgenoot door geobjectiveerde beperkingen en/of onvoldoende kennis/vaardigheden niet in staat is om de gebruikelijke hulp te bieden en deze vaardigheden niet kan aanleren. De (medische) gegevens ter onderbouwing hiervan moeten door de cliënt/huisgenoot worden aangeleverd; de huisgenoot overbelast is of dreigt te raken. De (medische) gegevens ter onderbouwing hiervan moeten door de cliënt/huisgenoot worden aangeleverd. Voorts zal veelal een beoordeling door een onafhankelijke arts moeten plaatsvinden. Een maatwerkvoorziening bij (dreigende) overbelasting van een huisgenoot wordt in eerste instantie slechts verstrekt voor 3 maanden ter ontlasting van de huisgenoot. Daarbij gelden de volgende voorwaarden: Wanneer er voor de huisgenoot eigen mogelijkheden en/of voorliggende voorzieningen zijn om de (dreigende) overbelasting op te heffen, dienen deze eigen mogelijkheden en/of voorliggende voorzieningen hiertoe te worden aangewend. Als er sprake is van (dreigende) overbelasting vanwege het zelf leveren van persoonlijke verzorging aan de cliënt, dient men die overbelasting op te heffen door deze zorg door (andere) hulpverleners uit te laten voeren. Voor zover de (dreigende) overbelasting wordt veroorzaakt door bovenmatige maatschappelijke activiteiten buiten de gebruikelijke hulp, al dan niet in combinatie met een fulltime school- of werkweek, gaat het verlenen van gebruikelijke hulp voor op die maatschappelijke activiteiten. Bij overbelasting door een dienstverband van te veel uren of te veel overuren, of als gevolg van spanningen op het werk, moet de oplossing in de eerste plaats gezocht worden in minder (over)uren gaan werken of aanpak van de spanningen op het werk. de gebruikelijke hulp van niet uitstelbare aard is en de huisgenoot niet beschikbaar is vanwege de reguliere school- of werkweek; de cliënt een zeer korte levensverwachting heeft (< 3 maanden).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel