Beleidsregel 2.2.1 maatwerkvoorziening schoon huis, maaltijdverzorging en kindverzorging
Bij de maatwerkvoorziening schoon huis, bij maaltijdverzorging en bij kindverzorging geldt als uitgangspunt dat de voor de cliënt (en diens huisgenoten) noodzakelijke taken, gelet op de medische situatie of beperkingen, met een vastgestelde frequentie kunnen worden toegekend.
Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, Verordening artikel 7
Het doel van de in te zetten maatwerkvoorziening is het bereiken van een schoon en leefbaar huis. Een huis is schoon en leefbaar indien het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne eisen.
Schoon staat voor: een basishygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen. Leefbaar staat voor: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen.
Voor de onderbouwing van de maatwerkvoorziening Schoon Huis, maken we gebruik van het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025 (2025, bureau HHM). Het normenkader ziet op maatwerk voor de individuele cliënt. In het normenkader is aangegeven hoeveel tijd nodig is als sprake is van volledige overname van het huishouden bij de omschreven ‘gemiddelde cliëntsituatie’ (ofwel ‘ijk cliënt’) en op grond waarvan minder als mogelijk of meer als nodig ondersteuning wordt geboden.
De maatwerkvoorziening heeft betrekking op de elementaire ruimtes van de woning, te weten: woonkamer, in gebruik zijnde slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimtes (maximaal 1 badkamers en 2 toiletten) en de gang/trap/overloop voor zover deze verbonden zijn met eerdergenoemde ruimtes. De ruimten moeten daadwerkelijk in ieder geval meerdere keren per week in gebruik zijn.
Het schoonmaken van de buitenruimte bij het huis (ramen, tuin, balkon, stoep etc.) en de verzorging van huisdieren (niet zijnde hulphonden of -dieren) maakt geen onderdeel uit van de ondersteuning bij het huishouden.
Frequentie/omvang huishoudelijke taken
De frequentie van bovenstaande taken is mede afhankelijk van de persoonlijke situatie en leefwijze (gezinssamenstelling en gezondheid) van de inwoner. Het kan heel praktisch betekenen dat de aanpak niet helemaal voldoet aan de persoonlijke standaard en verwachtingen van de inwoner. De inzet moet in ieder geval in voldoende mate aansluiten bij de persoonlijke situatie (mogelijkheden en beperkingen). Daarbij is het aan de inwoner om samen met de zorgaanbieder keuzes te maken en prioriteiten te stellen.
Een hogere intensiteit van huishoudelijke ondersteuning, ter aanvulling op een schoon en leefbaar huis en schone en draagbare kleding, kan nodig zijn als de inwoner op grond van (ernstige) beperkingen zelf geen mogelijkheden heeft om enige huishoudelijke werkzaamheden te verrichten of medische beperkingen heeft waaruit een hoger niveau van hygiëne noodzakelijk is. Voorbeelden hiervan zijn:
Allergieën voor huisstofmijt
COPD
Blindheid/slechtziendheid
Gebruik van noodzakelijke hulpmiddelen, waardoor huis sneller vervuild raakt
Bedlegerige patiënten
Incontinentie, overmatige transpiratie, speekselverlies, spugen
Ernstige lichamelijke, psychogeriatrische en/of psychische/psychiatrische beperkingen
De aanwezigheid van huisdieren in een huishouden leidt niet per definitie tot meer ondersteuning. Er zal op basis van de individuele situatie beoordeeld worden of extra ondersteuning nodig is als gevolg van de aanwezigheid van een huisdier. Voor extra vervuiling die wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van een bovengebruikelijk aantal huisdieren (meer dan 2) wordt geen extra ondersteuning verstrekt.
De huishoudelijke taken en de frequentie en omvang van deze taken zijn te vinden in bijlage 1 van deze beleidsregels. Dit is gebaseerd op het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning HHM 2025.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2
Een schoon huis, maaltijdverzorging en kindverzorging
Onderdeel van Beleidsregels en nadere regels maatschappelijke ondersteuning Maassluis Vlaardingen Schiedam 2026