Beleidsregel 2.9.1 financiële tegemoetkoming sportvoorziening:
Een cliënt kan voor een sportvoorziening in aanmerking worden gebracht indien beperkingen sportbeoefening zonder sportvoorziening onmogelijk maken.
Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7
Voorwaarden/criteria:
Een sportvoorziening is specifiek bestemd voor de cliënt en wordt enkel door de cliënt gebruikt;
Wanneer gebruik van een ADL-rolstoel/voorziening voor recreatief sporten mogelijk is, wordt geen sportvoorziening toegekend;
Een sportvoorziening wordt uitsluitend verstrekt indien de cliënt lid is van een gehandicaptensportvereniging.
Een sportvoorziening wordt eenmaal in de 3 jaar verstrekt en de cliënt is zelf verantwoordelijk voor onderhoud en reparatie.
Uitzondering sportvoorziening:
Een sportvoorziening voor kinderen kan vaker dan eenmaal in de 3 jaar verstrekt worden als de sportvoorziening als gevolg van groei van het kind of andere fysieke ontwikkelingen niet meer passend is.
Beleidsregel 2.9.2 tegemoetkoming meerkosten:
Een cliënt die in een kalenderjaar het volledige eigen risico van de zorgverzekeringswet heeft betaald en/of een langdurige indicatie (≥ 6 maanden) voor een Wmo-maatwerkvoorziening of een Wlz-indicatie voor verblijf heeft in een kalenderjaar, kan bij een inkomen dat lager is dan de vastgestelde inkomensgrenzen in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de meerkosten.
Wet- en regelgeving: Wmo artikel 2.1.7, Verordening artikel 16
De tegemoetkoming in de meerkosten voor het eigen risico wordt uitsluitend verstrekt indien het gehele bedrag van het eigen risico, dat is genoemd in artikel 19 lid 1 van de zorgverzekeringswet, in het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft, is verbruikt
Uitsluitend een door de belastingdienst vastgesteld inkomen wordt geaccepteerd. Het gaat om het inkomen van twee jaar eerder dan het kalenderjaar van de aanvraag, waarbij de huidige situatie leidend is. Het inkomen van alle meerderjarige huisgenoten binnen de leefeenheid, met uitzondering van eerstegraads familieleden (ouders/kinderen), is bepalend. Wanneer de aanvrager samenwoont met een eerstegraads familielid, wordt de aanvrager voor het bepalen van de inkomensgrens gezien als een alleenstaande.
Een aanvraag moet zijn ingediend voor 1 juni van het jaar na het kalenderjaar van de aanvraag. Een te laat ingediende aanvraag wordt niet in behandeling genomen.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.9
Financiële tegemoetkoming
Onderdeel van Beleidsregels en nadere regels maatschappelijke ondersteuning Maassluis Vlaardingen Schiedam 2026