Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › § 3.1.

Artikel 3.1.5.

Weigeringsgronden

Onderdeel van Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond, Haarlem 2026

Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet wordt geweigerd als: naar het oordeel van het college het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking, omzetting of woningvorming gediende belang; het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand; de onder a en b genoemde belangen niet voldoende kunnen worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning; het gebouw waarop een aanvraag voor omzetten betrekking heeft, ligt in het gebied waar conform bijlage 1 omzetten niet is toegestaan, of het gebouw waarop een aanvraag voor woningvormen betrekking heeft, ligt in het gebied waar conform bijlage 1 woningvormen niet is toegestaan tenzij het een woonruimte betreft met een oorspronkelijke woninggrootte tussen 250m2 GBO en 500m2 GBO; de aanvraag voor woningvormen zou leiden tot woningen met een gebruiksoppervlakte kleiner dan 50 m2 GBO; [dit artikel vervalt n.a.v. raadsvergadering 18-12-2025]; vergunningverlening zou leiden tot strijd met de voorschriften uit het Besluit bouwwerken leefomgeving; vergunningverlening zou leiden tot strijd met het omgevingsplan en/of indien niet vergunningsvrij, geen onherroepelijke omgevingsvergunning voor bouwkundig splitsen is verleend; de aanvraag een woonruimte betreft met een oorspronkelijke grootte tot 140 m2 GBO (eengezinswoning); de aanvraag een woonruimte betreft met een oorspronkelijke grootte tot 100 m2 GBO (appartement); de aanvraag is gedaan op grond van door de aanvrager verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.

Rechtspraak bij dit artikel