Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2

Uitwerking weigeringsgrond artikel 2.3.11, eerste lid, onder b HVV: Er is geen sprake van een urgent woonprobleem

Onderdeel van Nadere regels Woonurgentie Zuid-Kennemerland/IJmond, Haarlem 2026

Er is in ieder geval geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is bij de volgende op zichzelf staande situaties: Problemen met de woning de huidige woning is te klein of te groot voor het huishouden van de aanvrager; de huidige woning verkeert in een slechte staat of is van onvoldoende kwaliteit; Problemen met de woonomgeving de aanvrager ervaart (geluids-)overlast in de woning; conflict met de buren; de afstand naar familie en/of vrienden is te groot; de afstand naar werk en/of school en/of voorzieningen als winkels en openbaar vervoer is te groot; Problemen gerelateerd aan het huishouden de aanvrager is gescheiden, de partnerrelatie is verbroken en/of de samenwoning is beëindigd; de aanvrager wil een woning met voldoende ruimte in het kader van co-ouderschap of bezoekregeling voor kinderen na scheiding of verbroken partnerschap; slechte ouder-kind relatie; gezinsuitbreiding of gezinshereniging; de aanvrager wil of moet vanwege werk verhuizen; Problemen met de huidige woonsituatie de aanvrager is of wordt dakloos; de aanvrager heeft een tijdelijke huurovereenkomst; de aanvrager woont in onderhuur; de aanvrager heeft de eigen woning (vrijwillig) verkocht; de aanvrager heeft de huur opgezegd en heeft nog geen andere woning; de verhuurder heeft de huur opgezegd en de aanvrager heeft nog geen andere woning; de aanvrager ervaart problemen, omdat de aanvrager met of zonder kinderen inwoont bij een ander huishouden; de aanvrager woont in een onzelfstandige woonruimte, bewoont een kamer; Overig de aanvrager kan door medische klachten de huidige woning of bijbehorende tuin niet meer zelf onderhouden; financiële problemen, tenzij wordt voldaan aan de criteria in artikel 3.3; de aanvrager wordt uit detentie vrijgelaten, tenzij voldaan wordt aan artikel 3.1 lid 4;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel