Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 14.

Intrekking en vervallen vaste standplaatsvergunning

Onderdeel van Marktverordening gemeente Krimpenerwaard 2026

1.. Het college trekt de vaste standplaatsvergunning in: op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder; of drie maanden na diens overlijden of onder curatelestelling, tenzij overeenkomstig artikel 13 een aanvraag tot overschrijving is ingediend. 2.. Het college kan de vaste standplaatsvergunning intrekken: indien de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt; indien de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of de regels uit deze verordening heeft overtreden; indien ten minste twee maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning; indien de vergunninghouder het verschuldigde marktgeld (dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet) niet of niet tijdig voldoet; indien de voorschriften of beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden niet worden nageleefd; of indien de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een persoon die hem bijstaat, zich niet houdt aan (andere) regelgeving die van toepassing is. 3.. Als de in het tweede lid bedoelde intrekking voor bepaalde tijd is, kan het college bepalen dat de op de vaste standplaatsvergunning vermelde standplaats tijdelijk vervalt. 4.. Als de vergunninghouder of zijn rechtmatige vervanger de standplaats niet uiterlijk bij aanvang van de markt heeft ingenomen, vervalt de vaste standplaatsvergunning voor de rest van de dag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel