Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 25.

Strafbepaling

Onderdeel van Marktverordening gemeente Krimpenerwaard 2026

Overtreding van het bepaalde bij of op basis van deze verordening wordt gestraft met geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden. Het opleggen van strafrechtelijke sancties is voorbehouden aan het Openbaar Ministerie en de strafrechter. Voor wat betreft de bestuursrechtelijke sancties, die worden gehanteerd is onderstaand overzicht opgesteld. Overtreding van voorschriften kan via een schriftelijke waarschuwing en een voorwaardelijke tijdelijk intrekking uiteindelijk leiden tot (tijdelijke) intrekking van de vergunning voor een of meerdere dagen. In geval van overtredingen als bedoeld in de Marktverordening, het inrichtingsplan en de nadere regels behorende bij de markten en vergunningsvoorschriften worden de volgende stappen gevolgd: Sanctietabel vaste standplaatsen Aantal overtredingen Sanctie Eerste overtreding Mondelinge waarschuwing Tweede overtreding Schriftelijke waarschuwing Derde overtreding Intrekken van de vergunning voor de duur van 1 marktdag Vierde overtreding Intrekken van de vergunning voor de duur van 4 marktdagen Vijfde overtreding Definitief intrekken van de vergunning Sanctietabel dagplaatsen en standwerkplaatsen Aantal overtredingen Sanctie Eerste overtreding Schriftelijke waarschuwing Tweede overtreding Uitsluiting voor toewijzing van een plaats voor 1 marktdag Derde overtreding Uitsluiting voor toewijzing van een plaats voor 4 marktdagen Vierde overtreding Definitieve uitsluiting van een plaats 3.. Het college kan een stap overslaan in geval meerdere overtredingen worden begaan. 4.. Bij iedere schriftelijke actie/ sanctie als genoemd in voorgaande matrix krijgt de vergunninghouder/ standplaatshouder de aanzegging dat indien hij binnen 12 maanden na dagtekening van de schriftelijke actie/ sanctie wederom een marktvoorschrift overtreedt de volgende sanctie wordt opgelegd. 5.. Vanaf het moment dat geconstateerd wordt dat tot intrekking of uitsluiting wordt overgegaan geldt dat vergunninghouder/ standplaatshouder binnen vijf werkdagen het voorgenomen besluit krijgt toegezonden. Vergunninghouder/ standplaatshouder krijgt twee weken de gelegenheid tot het indienen van zienswijze. 6.. Binnen twee weken na ontvangst van zijn zienswijze krijgt de vergunninghouder/ standplaatshouder het schriftelijke besluit met daarin opgenomen de duur (bepaalde of onbepaalde tijd) van de intrekking van zijn vergunning. 7.. Bij onvoorziene en/ of bijzondere omstandigheden kan het college een andere strafmaat bepalen en opleggen.

Rechtspraak bij dit artikel