Als gevolg van de wetswijziging Passend Onderwijs worden leerlingen van het voortgezet speciaal onderwijs (VSO) voor het leerlingenvervoer gelijkgesteld aan leerlingen van het regulier voortgezet onderwijs. Artikel 23 van de verordening stelt dat een vervoersvoorziening mogelijk is als de leerling, gelet op zijn structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuigelijke of psychische beperking niet in staat is - ook niet onder begeleiding - van openbaar vervoer gebruik te maken, of wanneer de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 100% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht.
Indien een leerling wel zelfstandig gebruik kan maken van het openbaar vervoer, bestaat er volgens de verordening geen aanspraak op een vervoersvoorziening. Echter, de VSO-school is vaak verder weg gelegen dan een reguliere VO-school. De meeste VSO-scholen voor deze regio zitten in Rotterdam. Om ouders/verzorgers tegemoet te komen in de kosten voor het openbaar vervoer, voor hun kind, die is aangewezen op een verder weg gelegen school, kunnen zij middels deze beleidsregel, aanspraak maken op een gedeeltelijke OV-vergoeding. Deze regeling geldt voor leerlingen die aangewezen zijn op het voortgezet speciaal onderwijs of de praktijkschool, maar niet beperkt zijn in de zin van de verordening leerlingenvervoer en dus zonder begeleiding kunnen reizen naar hun school. De school moet wel de dichtstbijzijnde toegankelijke school zijn. Om ouders/verzorgers tegemoet te komen in de kosten, krijgen zij 100% van het OV-abonnement vergoed. Er kan hier geen sprake zijn van aangepast vervoer (taxi).
Artikel 11:
OV-vergoeding voor niet beperkte leerling naar voortgezet speciaal onderwijs
Onderdeel van Beleidsregels Leerlingenvervoer Voorne aan Zee 2026