Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.3

Artikel 5.3.2

Vaststellen van het inkomen en vermogen en peilmaand

Onderdeel van Beleidsregels Werk, Participatie en Inkomen Krimpenerwaard 2026

1.. Bij het vaststellen van het inkomen geldt de artikelen 31, 32 en 33 van de PW. 2.. Bij het vaststellen van het inkomen en vermogen wordt uitgegaan van de maand voorafgaand aan de maand van de aanvraag. Bij wisselende inkomsten wordt uitgegaan van de inkomsten van de laatste drie maanden voorafgaand aan de maand van de aanvraag. 3.. In afwijking van lid 2 wordt bij een aanvraag Meerkosten Chronisch zieken uitgegaan van het inkomen in de maand december van het voorgaande kalenderjaar. Bij wisselende inkomsten wordt uitgegaan van de inkomsten van de laatste drie maanden van het voorgaande kalenderjaar. 4.. Middelen die voor de bijzondere bijstand en minimaregelingen niet tot het inkomen gerekend worden en niet voor de draagkrachtberekening meegenomen worden zijn: de oudedagsvoorziening als bedoeld in artikel 33 lid 5 Participatiewet en de individuele inkomenstoeslag als bedoeld in artikel 36 van de Participatiewet. de middelen zoals genoemd in artikel 31 lid 2 Participatiewet; voedingsgeld in een Wlz-instelling ter compensatie voor eten, drinken en wassen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel