Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.3

Artikel 5.3.4

Vrijlating van inkomsten uit arbeid

Onderdeel van Beleidsregels Werk, Participatie en Inkomen Krimpenerwaard 2026

PW De inkomstenvrijlating wordt toegepast vanaf de eerste van de daaropvolgende maand. Bij het ontvangen van inkomsten uit arbeid wordt altijd voldaan aan de voorwaarde dit bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van de inwoner. De periode van 6 maanden die in de wet staat, hoeft niet aaneengesloten te zijn. Het recht op inkomstenvrijlating bestaat bij gehuwden voor ieder van de partners afzonderlijk. Als de bijstandsperiode minimaal 12 maanden wordt onderbroken, ontstaat er ook een nieuw recht op inkomstenvrijlating. Het college past een inkomstenvrijlating automatisch toe. Als dezelfde uitkeringsperiode wordt gezien: de periode waarin een uitkering aaneengesloten of na een onderbreking die korter is dan 30 dagen wordt voortgezet; de situatie van voortzetting van een uitkering die in een andere gemeente al werd ontvangen; de situatie van na wijziging van bijvoorbeeld woon- of gezinssituatie en de uitkering met een andere norm doorloopt.

Rechtspraak bij dit artikel