Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.7

Artikel 5.7.2.2

Meerkosten

Onderdeel van Beleidsregels Werk, Participatie en Inkomen Krimpenerwaard 2026

Wmo | Verordening Er wordt geacht sprake te zijn van meerkosten als gevolg van een chronische ziekte of beperking als in het peiljaar het volledig verplicht eigen risico in rekening is gebracht of als het eigen risico is meeverzekerd, en de inwoner: een indicatie heeft voor een maatwerkvoorziening volgens de Wmo; of een indicatie heeft voor zorg volgens de Wlz; of een gehandicaptenparkeerkaart bestuurder of passagier heeft; of dubbele kinderbijslag ontvangt van de SVB, vanwege de chronische ziekte of beperking van zijn/haar kind; of bijzondere bijstand ontvangt voor: bewassing; kledingslijtage; stookkosten; maaltijdvoorziening; of een uitkering ontvangt voor volledige arbeidsongeschiktheid; of een maatwerkvoorziening ontvangt volgens de Jeugdwet voor respijtzorg, persoonlijke begeleiding of verzorging. Indien de inwoner niet voldoet aan één van de indicaties uit lid 1, kan de inwoner met een bewijs (bijvoorbeeld een diabetespas, medicijnoverzicht van de apotheek, of een document waaruit blijkt dat de inwoner een chronische ziekte heeft) aantonen dat hij of zij een chronische ziekte of een beperking heeft. Het college gaat er dan van uit dat sprake is van meerkosten. De situaties beschreven in lid 1 a t/m g moeten ten minste 6 maanden gelden in het peiljaar.

Rechtspraak bij dit artikel