Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.1

Artikel 6.1.3

Bepalen hoogte boete

Onderdeel van Beleidsregels Werk, Participatie en Inkomen Krimpenerwaard 2026

PW | IOAW | IOAZ |Verordening Bij het bepalen van de hoogte van de boete kijkt het college of deze binnen maximaal 24 maanden kan worden betaald door de inwoner. De hoogte van de boete hangt af van de overtreding: als bewust (met opzet) de informatie niet is verstrekt is de boete maximaal 24 maal 5% van de bijstandsnorm; bij grove schuld is de boete maximaal 18 maal 5% van de bijstandsnorm; bij normale verwijtbaarheid is de boete maximaal 12 maal 5% van de bijstandsnorm; bij verminderde verwijtbaarheid is de boete maximaal een bedrag ter hoogte van 6 maal 5% van de geldende bijstandsnorm; Wanneer de inwoner tijdens het opleggen van de boete inkomsten heeft, en geen uitkering, wordt geen rekening gehouden met het inkomen dat hoger is dan de bijstandsnorm en wordt geen rekening gehouden met het vermogen onder de vermogensgrenzen uit artikel 34 PW. Als de inwoner binnen 5 jaar opnieuw de inlichtingenplicht, bestaande uit eenzelfde gedraging, niet nakomt wordt de hoogte van de boete bepaald volgens de regels van lid 1 tot en met 3 met een verhoging van 150%.

Rechtspraak bij dit artikel