PW | IOAW | IOAZ
Vorderingen worden voor zover mogelijk in één keer terugbetaald.
Als het mogelijk is worden openstaande vorderingen via de uitkering verrekend. Het aflossingsbedrag is 5% van de bijstandsnorm.
Op verzoek van de inwoner kan een betalingsafspraak worden gemaakt als terugbetaling binnen een gestelde termijn door de financiële situatie van de inwoner niet mogelijk is.
Het verzoek om een betalingsafspraak wordt afgewezen als de inwoner een vermogen heeft dat hoger is dan de vermogensgrenzen uit artikel 34 PW.
Het uitgangspunt bij een betalingsafspraak is dat de gehele terugbetaling plaatsvindt binnen drie jaar.
Als de inwoner met een inkomen hoger dan de bijstandsnorm kan aantonen dat terugbetaling binnen drie jaar onmogelijk is, dan wordt de betalingsafspraak afgestemd op de persoonlijke situatie. Uitgangspunt hierbij is een aflossing van 35% van het inkomen boven de bijstandsnorm. Dit komt bovenop de verplichte minimale aflossing van 5% van de bijstandsnorm. Er wordt altijd rekening gehouden met de beslag vrije voet.
Als de inwoner werk vindt loopt de betalingsafspraak door tot een jaar na het eindigen van de uitkering. Na deze periode wordt de betalingsafspraak opnieuw bekeken.
Bij een aanmaning worden incassokosten in rekening brengen bij de inwoner.
Bij overdracht van een vordering aan de deurwaarder, worden er incassokosten, executiekosten en wettelijke rente in rekening gebracht voor de inwoner.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.2
Artikel 6.2.8
Terugbetalen
Onderdeel van Beleidsregels Werk, Participatie en Inkomen Krimpenerwaard 2026