Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 6.

Subsidiabele activiteiten

Onderdeel van Subsidieregel peuterplaatsen en voorschoolse educatie gemeente Someren 2026

Voor subsidie komen de volgende activiteiten in aanmerking: Het aanbieden van reguliere peuteropvang, zowel aan: ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag (niet-KOT), waarbij de opvang plaatsvindt in een VVE-gecertificeerde groep; en ouders met recht op kinderopvangtoeslag (KOT), voor zover het gaat om de gemeentelijke kwaliteitsopslag per uur voor opvang in een VVE-gecertificeerde groep, aanvullend op het door de Rijksoverheid vergoede normtarief. Hierbij wordt rekening gehouden met de inkomensafhankelijke ouderbijdrage. Het aanbieden van voorschoolse educatie (VE) aan doelgroeppeuters zoals genoemd in artikel 4, onderdelen c en d. Dit betreft zowel KOT- als niet-KOT-peuters. De inzet van een hbo-opgeleide pedagogisch coach of beleidsmedewerker VE, voor 10 uur per jaar per VE-peuter, conform de daarvoor geldende vergoeding. Het aantal VE-peuters wordt vastgesteld op basis van de werkelijke bezetting, zoals verantwoord bij de vaststelling van de subsidie, conform de daarvoor geldende vergoeding. Flexibele plaatsing van peuters, binnen de maximum urennormen van deze regeling: Een peuter kan gebruikmaken van gesubsidieerde peuteropvang en/of voorschoolse educatie bij meerdere locaties of aanbieders, in horizontale of verticale groepen binnen de dagopvang of peuteropvang, mits wordt voldaan aan de wettelijke kwaliteitseisen. Bij flexibele plaatsing bij meerdere aanbieders gelden de volgende voorwaarden: er worden schriftelijke afspraken gemaakt tussen de betrokken aanbieders en de ouder(s); dubbele subsidiëring wordt voorkomen; het college wordt vooraf geïnformeerd over de gemaakte afspraken. De subsidie wordt in dit geval verstrekt aan één hoofd­aanbieder, die verantwoordelijk is voor de financiële afwikkeling en onderlinge verrekening met andere betrokken aanbieders.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel