Genereren onderzoeksonderwerpen
De rekenkamer heeft een onafhankelijke positie binnen de gemeente. Dit betekent dat de rekenkamer zelf bepaalt welke onderwerpen worden onderzocht en hoe het onderzoek wordt ingericht.
De gemeenteraad, maar ook derden (inwoners, ondernemers, organisaties enzovoort), kunnen de rekenkamer verzoeken om een bepaald onderwerp nader te onderzoeken. Alle inkomende verzoeken worden in de rekenkamer besproken. De rekenkamer beslist of deze verzoeken worden gehonoreerd. Indien nodig kan de verzoeker van een onderzoek worden uitgenodigd door de rekenkamer om zijn verzoek nader toe te lichten.
De rekenkamer laat zich bij haar keuze van onderwerpen niet alleen leiden door verzoeken van de gemeenteraad of derden, maar houdt ook zelf bij wat er aan thema’s speelt binnen de gemeente. Hiervoor maakt de rekenkamer gebruik van officiële stukken zoals raadsstukken, B&W-stukken, de begroting en jaarrekening. Verder hanteert de rekenkamer andere bronnen, zoals plaatselijk verschijnende kranten, vakbladen en oriënteert de rekenkamer zich op het werk van andere rekenkamers in het land.
De rekenkamer hecht veel waarde aan de actualiteit van onderzoeken, zodat onderzoeken daadwerkelijk bruikbaar zijn voor de raad en het college. Bij de inventarisatiefase naar mogelijk geschikte onderwerpen en de timing van de onderzoeken zal zij frequent in gesprek gaan met de klankbordgroep. Hierbij blijft de onafhankelijkheid van de rekenkamer echter wel het uitgangspunt.
De rekenkamer houdt een groslijst van onderwerpen bij.
Niet alle onderwerpen zullen zich lenen voor een uitgebreid rekenkameronderzoek zoals beschreven in dit protocol. In sommige gevallen kan worden bekeken of de onderzoeksvraag op een andere wijze door de rekenkamer kan worden beantwoord, bijvoorbeeld in de vorm van een korte analyse.
Selectiecriteria
In zijn algemeenheid geldt dat de rekenkamer bij de keuze van haar onderwerpen een zo groot mogelijke bijdrage aan de missie en doelstelling van de rekenkamer beoogt, voor zover de onderzoekscapaciteit dit toelaat. Meer specifiek hanteert de rekenkamer de volgende criteria:
Selectiecriteria rekenkamer
Het onderwerp dient te passen binnen de taakopdracht en bevoegdheden van de rekenkamer en moet relevant zijn voor het functioneren van de gemeenteraad;
Het onderwerp is niet onlangs onderzocht door anderen (het college van B&W uit hoofde van artikel 213a, de accountant of een extern bureau) en er is geen dergelijk onderzoek gepland;
Er zijn signalen/twijfels over doelmatigheid, doeltreffendheid en/of rechtmatigheid;
Er is een groot maatschappelijk belang;
Er is een (potentieel) groot financieel belang;
Er is een (potentieel) groot risico m.b.t. het gemeentelijk imago;
Er zijn leereffecten mogelijk (leerervaringen ook elders toepasbaar);
Er is sprake van enige evenwichtige spreiding over de gemeentelijke beleidsterreinen in de opvolgende onderzoeken.
Contra-indicatie: de informatie is ook via andere, gemakkelijkere of voor de hand liggende weg te verkrijgen (bijvoorbeeld vragen stellen aan het college van B&W, rondetafelgesprek met college van B&W en derden).
Verder houdt de rekenkamer er rekening mee dat de onderzoeken complementair zijn aan door anderen gedane onderzoeken en dat er diversiteit ontstaat in de keuzes wat betreft de aard van de onderwerpen en de te onderzoeken beleidsvelden.