Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Voorwaarden

Onderdeel van Regeling briefadres gemeente Vlaardingen 2025

1.. De aangifte van adreswijziging wordt gedaan in de gemeente waar het briefadres wordt gekozen. 2.. De aangever is verplicht om bij de aangifte tot briefadres alle benodigde stukken te overleggen. 3.. Onder benodigde stukken als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan: een geldig identiteitsbewijs van degene die aangifte doet van adreswijziging en daarbij kiest voor een briefadres; een schriftelijke verklaring van de aangever met reden voor de keuze van een briefadres en de te verwachten periode dat het briefadres noodzakelijk is; een geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan en een schriftelijke verklaring van instemming van de briefadresgever; een ingevuld en ondertekend vragenlijst briefadres, als het briefadres wordt gevraagd op grond van artikel 2, eerste, tweede en vierde lid. een bewijs dat de aanvrager op zoek is naar een nieuwe woning, zoals inschrijving en reacties op woningsites, reacties (loting)woningen, bezichtigingen, afwijzingen op woningen tenzij er al een nieuwe woning in het vooruitzicht is (dan volstaat een kopie huur- of koopcontract). 4.. Het college kan om nadere stukken verzoeken, als op basis van de stukken als bedoeld in het derde lid niet kan worden beoordeeld of de aangever op een briefadres kan worden ingeschreven. 5.. Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2 derde lid is een verklaring van de burgemeester noodzakelijk waaruit blijkt dat opname van een woonadres niet wenselijk is. 6.. Een briefadresgever kan aan maximaal twee gezinshuishoudens, twee alleenstaanden, of aan een gezinshuishouden en een alleenstaande toestemming geven om een briefadres te houden op hetzelfde woonadres. 7.. Lid 6 van dit artikel is niet van toepassing indien de briefadresgever het college van burgemeester en wethouders is of een door dit college aangewezen rechtspersoon, zoals bedoeld in artikel 2.42 onder b van de Wet BRP. 8.. Er loopt geen onderzoek naar de verblijfplaats van de briefadresgever, indien de briefadresgever een natuurlijk persoon betreft. 9.. Het briefadres moet een woonadres zijn of een door de gemeente aangewezen organisatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel