Het uitgangspunt van landelijk beleid is dat we dakloosheid voorkomen. Een succesvolle preventieve aanpak van dakloosheid bevordert sociale inclusie. Voor een effectief preventiebeleid is het belangrijk dat een bredere definitie conform Ethos light classificatie2 van dakloosheid wordt gehanteerd. Want het gaat bij preventie niet alleen om mensen die al dakloos zijn maar met name om mensen waarvan we willen voorkomen dat zij dak of thuisloos worden.
Preventie is een lokale verantwoordelijkheid die we lokaal vormgeven. In het Regiobudget beschermd wonen en opvang hebben alle gemeenten een budget opgenomen voor lokale preventiedoelen. Met dit budget zetten we actief in op preventie van opvang. Zo investeert iedere gemeente in een sterk voorliggend veld op alle leefgebieden, waaronder preventie en nazorg.
In 2024 is in de Zeeuwse gemeenten de preventiescanner dakloosheid uitgevoerd door de Preventiealliantie. Deze preventiescanner geeft gemeenten een beter beeld van de huidige preventieve aanpak. De resultaten uit de preventiescanner zijn ook meegenomen in onderstaande regionale acties.
Acties regionaal:
Gemeenten spannen zich in om de zelfregie en weerbaarheid van mensen te versterken, herstel te ondersteunen en oog te hebben voor betrokkenen in hun omgeving. Dat kan door bijvoorbeeld het beschikbaar maken van psycho-educatie in de wijken.
Gemeenten zetten in op goede en vindbare informatie op alle leefgebieden, bijvoorbeeld door de inzet van Kwikstart voor jongvolwassenen.
Gemeenten voeren in 2026 de ETHOS light telling uit om meer inzicht te krijgen in de omvang van de doelgroep dak- en thuislozen in Zeeland21. Mensen die leven in de openbare ruimte; 2. Mensen in de noodopvang; 3. Mensen in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen; 4. Mensen in niet-conventionele woonplekken (zoals auto, kraakpand, vakantiewoning) 5. Mensen die tijdelijk verblijven bij familie, vrienden of kennissen. Dit doen we om beter te begrijpen hoe groot deze groep is om vervolgens gerichter beleid en ondersteuning te kunnen ontwikkelen.
Gemeenten zetten in op sterke lokale teams (0-100) om een integrale samenwerking en aanpak binnen het sociaal domein te borgen.
Gemeenten geven uitvoering aan bij het PACT Regioplan toegankelijke mentale gezondheid in Zeeland
Zorgaanbieders binnen de GGZ zetten multidisciplinaire teams in die outreachend werken en nauw samenwerken met bestaande structuren zoals de inzet van veldwerkers. Het is van belang ook te kijken naar de voorliggende problematiek van de dakloosheid op het gebied van psychiatrie/verslaving/lichtverstandelijke beperking.
Zorgaanbieders richten time-out voorzieningen in voor inwoners en bieden behandeling en begeleiding.
Verbinding van medisch en sociaal domein en zorg aan onverzekerden.
Instroom opvanglocaties beperken.
Na intramurale zorg zetten zorgpartijen, gemeenten samen met woningcorporaties in voor een zachte landing in de wijk. Concreet betekent dit dat de cliënt een woning heeft.
Bij dreigende dakloosheid kunnen gemeenten overwegen om huurschulden voor inwoners te betalen om een huisuitzetting af te wenden.
Goede informatievoorziening is onderdeel van het verbeteren van dienstverlening aan kwetsbare inwoners. Iedere gemeente biedt informatie aan over hoe onderdak te vinden, bijvoorbeeld via een loket en websites of brochures.
Inzet van onafhankelijke cliëntondersteuning.
Gemeenten zetten de middelen vanuit BREDE SPUK in voor welzijn op recept.
Verbinding tussen het sociaal – medisch en GGZ domein.
Het Zeeuws invoeren van de doorbraakmethode van IPW wordt ingezet om in al die gevallen waar het huidige systeem ervoor zorgt dat mensen vastlopen te doorbreken.